ECLI:NL:RBDHA:2026:18039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 maart 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en geoordeeld dat deze tot 1 april 2026 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode van 1 april tot 13 mei 2026. Eiser bracht geen nieuwe gronden aan tegen het voortduren van de maatregel en verwees naar het ambtshalve oordeel van de rechtbank.
De rechtbank oordeelt, mede op basis van relevante arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat er geen onrechtmatigheid is in het voortduren van de maatregel. Er is geen sprake van strijd met het familie- en gezinsleven of het non-refoulementbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.