ECLI:NL:RBDHA:2026:18022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring die door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van de maatregel en vordert tevens een schadevergoeding.
De rechtbank heeft onderzocht of de maatregel rechtsgeldig elektronisch was ondertekend, of een actuele non-refoulementbeoordeling had moeten plaatsvinden en of de minister had moeten volstaan met een lichter middel. De rechtbank stelde vast dat de maatregel voorzien was van een geldige elektronische handtekening en dat de non-refoulementbeoordeling in de maatregel ten overvloede was opgenomen, omdat de vreemdelingenbewaring niet gericht is op uitzetting maar op afwachting van de asielprocedure.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom vreemdelingenbewaring noodzakelijk is en waarom een lichter middel niet volstond, mede gelet op het risico op onttrekking aan toezicht en het feit dat eiser niet meewerkte aan zijn vertrek. De persoonlijke omstandigheden van eiser waren onvoldoende om de maatregel als onevenredig bezwarend te beschouwen.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.