ECLI:NL:RBDHA:2026:1801

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
689519
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.F.R. van Heemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 230 lid 2 RvArt. 123 lid 1 UMVo 2017Art. 124 aanhef en onder a UMVo 2017Art. 125 lid 1 UMVo 2017Art. 126 lid 1 sub a UMVo 2017
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis in merkinbreukzaak Volkswagen tegen gedaagde

Volkswagen Aktiesgesellschaft heeft de rechtbank Den Haag verzocht om een verbod en schadevergoeding wegens inbreuk op haar Uniemerken door gedaagde. Gedaagde is niet verschenen op de zitting en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat de vorderingen van Volkswagen grotendeels gegrond zijn en wijst het gevorderde verbod toe voor de gehele Europese Unie. Gedaagde wordt veroordeeld zich te onthouden van het produceren, verhandelen en distribueren van inbreukmakende producten. Tevens moet gedaagde een volledige opgave doen van leveranciers, afnemers en omzet, en de met de inbreuk behaalde nettowinst afdragen aan Volkswagen, vermeerderd met wettelijke rente.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot overdracht en vernietiging van de voorraad inbreukmakende producten en tot betaling van een dwangsom bij overtreding van het vonnis. De proceskosten worden begroot op €1.533,78 en aan gedaagde opgelegd. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verbod op merkinbreuk, schadevergoeding, overdracht en vernietiging van voorraad en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel
Zaaknummer: C/09/689519 / HA ZA 25-679
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT,
te Wolfsburg (Duitsland),
eiseres,
hierna te noemen: Volkswagen,
advocaat: mr. L. Kroon,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voor de feiten en het gevorderde wordt, gelet op artikel 230 lid 2 Rv Pro [1] , kortheidshalve verwezen naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding. [gedaagde] is niet op de in de dagvaarding genoemde zitting verschenen. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen, zodat de voorzieningenrechter tegen [gedaagde] verstek verleent.
2.2.
Volkswagen grondt haar vorderingen op (inbreuk op) haar Uniemerken. Deze rechtbank is op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 UMVo 2017 [2] in verbinding met artikel 3 van Pro de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Volkswagen met deze grondslag, omdat [gedaagde] gevestigd is in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich op grond van artikel 126 lid 1 sub a UMVo Pro uit tot het grondgebied van de gehele Europese Unie.
2.3.
Gedaagde is op 6 augustus 2025 niet in het geding verschenen. Van hem is ook geen ander bericht ontvangen.
2.4.
Het gevorderde jegens [gedaagde] komt de rechtbank – met uitzondering van enkele hierna genoemde (sub)onderdelen – niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen zoals onder ‘de beslissing’ is vermeld. De gevorderde dwangsom(men) zal/zullen worden gematigd en gemaximeerd. Ter voorkoming van executiegeschillen zal de termijn voor het ingaan van het verbod op 48 uur worden gesteld. De door Volkswagen gevorderde kosten voor de proefaankoop zullen worden afgewezen.
2.5.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Volkswagen heeft een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd, maar haar kosten niet nader gespecificeerd. De proceskosten worden in een verstekprocedure gelet op de eisen van een goede procesorde slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv begroot, indien zij bij dagvaarding reeds zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet-verschenen gedaagde(n) kenbaar zijn gemaakt. Aan geen van deze twee alternatieve voorwaarden is voldaan.
2.6.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat bij de begroting van de proceskosten aansluiting zal worden gezocht bij de liquidatietarieven civiel zoals die gelden voor uitspraken op of na 1 februari 2024. Dit betekent dat aan salaris advocaat een bedrag van € 521,- wordt toegewezen. Dit bedrag wordt verhoogd met het griffierecht van € 714,- en de dagvaardingskosten van € 120,78.
2.7.
Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2024: € 178,-). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2024: € 92,-) en de explootkosten van betekening toegekend.
2.8.
De totale door [gedaagde] te betalen proceskosten aan de zijde van Volkswagen worden daarom op dit moment begroot op € 1.533,78.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] zich binnen 48 uur na betekening van het vonnis te onthouden van iedere inbreuk, in de gehele Europese Unie, op de Volkswagen-merken, waaronder begrepen zich te onthouden van het (doen) produceren, inkopen, invoeren, exporteren, in voorraad houden, te koop aanbieden, verkopen en/of anderszins verhandelen van de in de dagvaarding nader omschreven Inbreukmakende producten en/of andere producten die niet door of met toestemming van Volkswagen zijn geproduceerd en waarop zonder toestemming van Volkswagen de Volkswagen-merken zijn aangebracht en/of verpakkingen daarvan met daarop tekens die identiek zijn aan of overeenstemmen met de Volkswagen-merken;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om op eigen kosten binnen veertien (14) dagen na betekening
van het vonnis aan de advocaat van Volkswagen, mr. L.E. van der Sluis (via [e-mailadres] ), een juiste en volledige opgave te doen, gerangschikt per type/soort product en per leverancier, producent of distributeur en commerciële afnemer, welke opgave ter staving vergezeld dient te zijn van goed leesbare en niet-geanonimiseerde kopieën van alle brondocumenten (waaronder in ieder geval maar niet beperkt tot facturen, paklijsten, vrachtbrieven, orders, orderbevestigingen, voorraadadministraties op alle relevante data, douanestukken, e-mails en overige correspondentie), van:
a. de leverancier(s), maker(s), producent(en), distributeur(s), verkoper(s), vervoerder(s) en afnemer(s) (niet zijnde consumenten), van de in de dagvaarding bedoelde Inbreukmakende producten;
de aan [gedaagde] geleverde totale aantallen van de in de dagvaarding bedoelde Inbreukmakende producten, onder vermelding van de inkoopprijzen en leverdata;
de aantallen van de in de dagvaarding bedoelde Inbreukmakende producten die [gedaagde] aan commerciële afnemers en/of aan consumenten heeft verkocht en/of geleverd, onder vermelding van de verkoopprijzen en verkoop-/leverdata;
de door [gedaagde] met de verkoop van de in deze dagvaarding bedoelde Inbreukmakende producten behaalde totale bruto- en netto-omzet en de behaalde bruto- en nettowinst;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen achtentwintig (28) dagen na betekening van het
vonnis:
a. de met de inbreuk genoten nettowinst als bedoeld in 3.2 onder d. af te dragen aan Volkswagen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, tot aan de dag van volledige voldoening; en
alle schade te vergoeden die Volkswagen heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de inbreuken door [gedaagde] , voor zover deze schade in totaal de onder 3.3 onder a. bedoelde winst te boven gaat, nader op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige voldoening;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om binnen een week na betekening van het vonnis de volledige voorraad van de Inbreukmakende producten die zich bevinden onder [gedaagde] , dan wel onder één of meer derden ten behoeve van [gedaagde] , op een nader door Volkswagen aan te geven locatie om niet aan Volkswagen over te dragen ter vernietiging op kosten van [gedaagde] ;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan Volkswagen een dwangsom van € 500,- te betalen voor iedere afzonderlijke overtreding van de bevelen onder 3.1 tot en met 3.4, of naar keuze van Volkswagen, voor iedere dag of deel daarvan dat door [gedaagde] in strijd met dit bevel wordt gehandeld, tot een maximumbedrag van € 10.000,- is bereikt;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Volkswagen tot zover aan haar zijde begroot op € 1.533,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. E.E. de Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

Voetnoten

1.Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.Verordening (EU) 2017/1001 van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk.