ECLI:NL:RBDHA:2026:17942
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vrijheidsontneming in grensprocedure asielzoeker
De zaak betreft een beroep van een asielzoekster van Saoedische nationaliteit tegen een maatregel van vrijheidsontneming opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De eiseres betwist de rechtmatigheid van de maatregel en vordert tevens een schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht een voorlopige beoordeling van de kwetsbaarheid van eiseres heeft uitgevoerd conform de Screeningsverordening. Hoewel eiseres stelt dat zij tot een kwetsbare categorie behoort en dat de screening slechts een formaliteit was, is uit het dossier gebleken dat een individuele beoordeling heeft plaatsgevonden en dat er geen bijzondere opvang- of procedurele behoeften zijn vastgesteld. De rechtbank acht zich niet bevoegd om de juistheid van deze voorlopige beoordeling te toetsen.
Verder is geoordeeld dat de grondslag voor de vrijheidsontneming niet ontbreekt omdat de asielaanvraag in de grensprocedure wordt behandeld en dat de minister niet verplicht was een lichter middel toe te passen. De motivering van de maatregel is voldoende, ook al is deze gestandaardiseerd. De maatregel is rechtsgeldig ondertekend en bekendgemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.