ECLI:NL:RBDHA:2026:17930

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
SGR 24/5359
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:68 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek bestuursrechtelijke zaak omgevingsvergunning Zuid-Holland

In deze bestuursrechtelijke zaak is het beroep van Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Stichting Mobilisation for the Environment gericht tegen een omgevingsvergunning verleend op 3 mei 2024. De rechtbank Den Haag behandelde de zaak op 4 juni 2026 en besloot het onderzoek te sluiten.

Na ontvangst van een besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland d.d. 16 juni 2026, waarin de omgevingsvergunning van 3 mei 2024 werd ingetrokken, zag de rechtbank aanleiding het onderzoek te heropenen op grond van artikel 8:68, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verzocht eiseressen binnen twee weken kenbaar te maken of zij hun beroep willen intrekken naar aanleiding van deze intrekking.

De rechtbank houdt verdere beslissingen aan totdat eiseressen hun standpunt kenbaar maken. De beslissing tot heropening is gegeven door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 24 juni 2026, onder voorzitterschap van mr. A.C. de Winter en met mr. M.M. Meessen en mr. T.A. Oudenaarden als leden.

Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek na intrekking van de omgevingsvergunning en verzoekt eiseressen hun beroep binnen twee weken te heroverwegen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/5359

heropening van het onderzoek in de zaak tussen

Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A., uit Nijmegen,

Stichting Mobilisation for the Environment, uit Nijmegen,
samen: eiseressen
(gemachtigde: mr. D. Delibes)
en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, het college,

(gemachtigden: mr. I. Blom en mr. T. van Ooijen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Maatschap [derde-partij]uit [plaats] , vergunninghoudster,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Overwegingen

1. Het beroep is behandeld op de zitting van de meervoudige kamer van 4 juni 2026. Ter zitting is het onderzoek gesloten. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:68, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek te heropenen. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
2. Het beroep in deze procedure is gericht tegen een omgevingsvergunning van 3 mei 2024. Op 17 juni 2026 heeft het college de rechtbank een besluit van 16 juni 2026 toegezonden, waarmee de omgevingsvergunning van 3 mei 2024 wordt ingetrokken. Zoals ter zitting is besproken met partijen, zal de rechtbank dit besluit toezenden aan partijen. Eiseressen wordt verzocht de rechtbank binnen twee weken kenbaar te maken of zij in het besluit van 16 juni 2026 aanleiding zien hun beroep in te trekken.

Beslissing

De rechtbank:
- heropent het onderzoek;
- verzoekt eiseressen binnen twee weken na de dag van verzending van deze beslissing
kenbaar te maken of zij naar aanleiding van het besluit van 16 juni 2026 aanleiding zien
hun beroep in te trekken;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beslissing is gegeven op 24 juni 2026 door mr. A.C. de Winter, voorzitter, en mr. M.M. Meessen en mr. T.A. Oudenaarden, leden, in aanwezigheid van mr. L.F.A. Bouwens-Bos, griffier.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze beslissing is verzonden aan partijen op: