ECLI:NL:RBDHA:2026:17920

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL25.32580
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 6 sub c VwArt. 8:69 lid 2 AwbArt. 8:72 lid 4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag lesbische vrouw uit Sierra Leone wegens onvoldoende motivering

Eiseres, een vrouw uit Sierra Leone, diende op 11 maart 2023 een asielaanvraag in vanwege haar lesbische geaardheid en de gevaren die zij bij terugkeer naar haar land vreest. De minister wees haar aanvraag op 25 juli 2024 af, waarna de rechtbank Haarlem dit besluit op 26 februari 2025 vernietigde wegens onvoldoende motivering.

De minister nam op 30 juni 2025 een nieuw besluit, wederom afwijzend, waarop eiseres opnieuw beroep instelde. De rechtbank Den Haag oordeelt dat het bestreden besluit wederom onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen, met name ten aanzien van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiseres en de gevolgen daarvan.

De rechtbank stelt vast dat de minister onterecht tegenwerpingen maakte die niet in lijn zijn met de eerdere uitspraak, onvoldoende rekening hield met de psychologische kwetsbaarheid van eiseres en haar acceptatieproces van haar geaardheid verkeerd interpreteerde. Hierdoor is het besluit niet houdbaar. De rechtbank vernietigt het besluit en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen, waarbij deze uitspraak in acht wordt genomen. Tevens worden de proceskosten aan eiseres toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de seksuele gerichtheid van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32580

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Samenvatting

1.1
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielvraag van eiseres. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
Eiseres heeft op 11 maart 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt dat zij de Sierra Leoonse nationaliteit heeft en dat zij is geboren op [geboortedatum] 1993. De minister heeft met het besluit van 25 juli 2024 de aanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij heeft de minister aan eiseres voorlopig uitstel van vertrek verleend over de periode van 25 juli 2024 tot en met
24 januari 2025 in afwachting van de ambtshalve beslissing op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres heeft tegen het besluit van 25 juli 2024 beroep ingesteld. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft op 26 februari 2025 uitspraak gedaan op het beroep van eiseres en het beroep gegrond verklaard. [1] De rechtbank heeft het besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister heeft vervolgens op 30 juni 2025 een nieuw besluit genomen (het bestreden besluit) en de aanvraag van eiseres in de verlengde asielprocedure wederom afgewezen als ongegrond.
2.2
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, P. Oronsaye als tolk in de taal Krio, en de gemachtigde van de minister.

Het asielrelaas

3. Eiseres heeft aan haar asielrelaas ten grondslag gelegd dat toen zij tussen de elf en dertien jaar oud was tot de conclusie kwam dat zij lesbisch is. Zij was verliefd op [naam] , een vriendin van haar. Eiseres stelt dat zij op zeventienjarige leeftijd met [naam] is betrapt door haar tante. Eiseres is toen uitgehuwelijkt aan een onbekende man. Deze man mishandelde eiseres en dwong haar tot seksuele handelingen. Eiseres had tijdens het huwelijk met haar man een geheime relatie met haar vriendin [naam] . Eiseres is betrapt door haar man toen zij samen was met [naam] . Haar man is als gevolg van deze ontdekking overleden aan een hartstilstand. De schoonfamilie van eiseres is er vervolgens achter gekomen dat eiseres een relatie had met [naam] en beschuldigde eiseres ervan verantwoordelijk te zijn voor de dood van haar man. Bij terugkeer naar Sierra Leone vreest eiseres voor haar veiligheid. Bovendien kan eiseres in Sierra Leone niet zichzelf zijn wegens haar lesbische geaardheid.

Het oordeel van de rechtbank in de uitspraak van 26 februari 2025

4. Deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, heeft het besluit van 25 juli 2024 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. In de uitspraak heeft de rechtbank – kort samengevat – als volgt overwogen:
  • de minister heeft tijdens de gehoren voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiseres (r.o. 5.2);
  • de minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres haar relatie met [naam] niet inzichtelijk heeft gemaakt (r.o. 7.1);
  • De minister heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de lesbische gerichtheid van eiseres ongeloofwaardig is geacht (r.o. 10). Dit oordeel is gegrond op de volgende onderdelen:
o de minister heeft zich niet op het standpunt mogen stellen dat eiseres haar besef van haar lesbische geaardheid niet inzichtelijk heeft gemaakt (r.o. 6.1);
o de minister heeft zich niet op het standpunt mogen stellen dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de situatie voor lesbiennes in Sierra Leone voor haar betekent (r.o. 8.1);
o de minister heeft zich niet het standpunt mogen stellen dat eiseres niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de situatie voor lesbiennes in Nederland voor haar betekent (r.o. 9.1);
- De minister heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de problemen als gevolg van eiseres’ seksuele gerichtheid ongeloofwaardig is geacht (r.o. 11.2). Weliswaar mocht de minister aan eiseres tegenwerpen dat zij wisselend heeft verklaard over de doodsoorzaak van haar man, maar de verklaringen over de tweede betrapping met [naam] in haar kamer heeft de minister níet mogen tegenwerpen (r.o. 11.1).

Het bestreden besluit en het standpunt van eiseres in beroep

5.1
Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg hiervan.
5.2
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. De seksuele gerichtheid van eiseres acht de minister echter nog steeds ongeloofwaardig. Volgens de minister vormen de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiseres voldoet daarmee niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid en onder c, van de Vw. Eiseres heeft haar persoonlijke beleving van haar relatie met [naam] , haar besef van haar lesbische gerichtheid en hoe zij tot de conclusie kwam dat zij lesbisch is onvoldoende inzichtelijk gemaakt, aldus de minister. Ook volgt de minister niet de verklaring van eiseres dat zij in Nederland haar seksuele gerichtheid heeft geaccepteerd. Verder maken de door eiseres overgelegde brieven en foto’s niet dat eiseres in haar lesbische geaardheid wordt gevolgd, omdat ze geen inzicht geven in haar beleving van haar seksuele gerichtheid en de persoonlijke betekenis van haar deelname aan LHBTI-bijeenkomsten. Tot slot worden de problemen van eiseres door haar seksuele gerichtheid niet geloofwaardig geacht door de minister.
5.3
Eiseres voert aan dat de minister haar asielaanvraag ten onrechte opnieuw heeft afgewezen omdat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat haar seksuele gerichtheid en de problemen als gevolg hiervan niet geloofwaardig zijn. In dit verband heeft eiseres aangevoerd dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met haar geestelijke toestand en psychologische kwetsbaarheid tijdens het gehoor. De minister heeft verder ten onrechte gesteld dat – kort samengevat – eiseres haar relatie met [naam] en haar besef en de ontwikkeling van haar lesbische geaardheid niet inzichtelijk heeft gemaakt. Ook trekt de minister een onjuiste conclusie ten aanzien van het door eiseres beschreven proces van acceptatie van haar seksuele geaardheid.

Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit in het licht van de beroepsgronden en tegen de achtergrond van de eerdere uitspraak van 26 februari 2025. Vaststaat dat partijen geen hoger beroep hebben ingesteld tegen die uitspraak. De rechtbank moet daarom uitgaan van de juistheid van in die uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordelen (de kracht van gewijsde). [2]
7. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister tijdens de gehoren onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader en haar psychologische kwetsbaarheid.
Ten aanzien van de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van eiseres oordeelt de rechtbank als volgt. De rechtbank heeft in de eerdere uitspraak van 26 februari 2025 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud geoordeeld dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. In zoverre slaagt de beroepsgrond van eiseres niet. De rechtbank heeft in haar eerdere uitspraak evenwel betrokken dat de minister – in het toen bestreden besluit – een gedeelte van het nader gehoor buiten beschouwing had gelaten.
Datis in de onderhavige zaak anders, zoals uit het volgende zal blijken.
8.1
De minister stelt in het bestreden besluit (nog altijd) niet te volgen hoe ‘het acceptatieproces’ van eiseres van haar geaardheid is gegaan. De rechtbank constateert dat de minister in het bestreden besluit aan eiseres heeft tegengeworpen dat haar verklaring in de zienswijze dat zij er pas in Nederland achter kwam dat er vrouwen zijn die op vrouwen vallen, haaks staat op haar verklaring op pagina 12 van het nader gehoor dat eiseres sinds haar vijftiende weet dat zij iemand is die op hetzelfde geslacht valt. De rechtbank stelt vast dat eiseres dit laatste heeft verklaard tijdens een (groot) gedeelte van het nader gehoor dat blijkens een brief van de minister aan de gemachtigde van eiseres van 17 juli 2024 [3] niet zou worden betrokken bij de besluitvorming omdat het gehoor aanzienlijk langer was doorgegaan dan was geadviseerd vanwege de psychische kwetsbaarheid van eiseres. [4] De rechtbank heeft ter zitting met partijen hierover gesproken. De gemachtigde van de minister heeft op de zitting erkend dat uit de brief volgt dat de minister dit punt niet had mogen tegenwerpen aan eiseres. De minister heeft gesteld dat eiseres hierover geen beroepsgrond heeft aangedragen en de rechtbank verzocht dit punt daarom buiten beschouwing te laten. De gemachtigde van eiseres heeft desgevraagd toegelicht dat zij hier overheen heeft gelezen en gerefereerd aan de psychisch kwetsbare positie van eiseres. De rechtbank stelt vast dat over de brief van 17 juli 2024 en de consequentie daarvan géén oordeel is gegeven in de uitspraak van 26 februari 2025. De rechtbank betrekt dit punt – onder aanvulling van de rechtsgronden [5] – wel bij haar oordeel, aangezien het rechtstreeks samenhangt met de beroepsgrond van eiseres over de acceptatie van haar seksuele geaardheid. Gezien het medisch advies, de brief van 17 juli 2024 en de erkenning door de minister op zitting dat de tegenwerping ten onrechte is opgenomen in het besluit, is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek. Deze tegenwerping kon niet ten grondslag worden gelegd aan de geloofwaardigheidsbeoordeling van de seksuele geaardheid van eiseres.
8.2
Volgens de minister heeft eiseres in de zienswijze van 10 juni 2025 een proces beschreven dat haaks staan op haar eerder gedane verklaringen. Eiseres heeft enerzijds verklaard dat zij naar Nederland is gekomen
omdathaar seksuele gerichtheid hier zou worden geaccepteerd, in tegenstelling tot in Sierra Leone. Anderzijds heeft zij verklaard dat zij pas in Nederland haar gerichtheid durfde te accepteren en deze durfde te uiten, nadat zij besefte dat zij zichzelf kon zijn. Dit vormt volgens de minister een tegenstrijdigheid die afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het acceptatieproces van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat de minister een te enge lezing geeft van het relaas van eiseres, door haar vlucht als een rationele aaneenschakeling van gebeurtenissen te beschrijven, waarbij eiseres naar Nederland is gevlucht omdat haar geaardheid in Sierra Leone niet werd geaccepteerd. Hiermee miskent de minister dat uit de verklaringen van eiseres ook blijkt dat de situatie van eiseres na de tweede betrapping onhoudbaar werd en dat de aanleiding voor haar vlucht daardoor is ingegeven. De rechtbank ziet niet in waarom de
verwachtingvan eiseres dat zij mogelijk geaccepteerd zou worden in Nederland, tegenstrijdig is aan haar latere
besefdat zij in Nederland was en zich durfde te uiten als lesbische vrouw. Deze gedachten en gevoelens kunnen naast elkaar bestaan. In zoverre is sprake van een onvoldoende motivering.
8.3
Tijdens het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat zij alleen met [naam] naar de waterkant ging om kleren te wassen. [6] In de zienswijze van 10 juni 2025 heeft eiseres echter aangegeven dat daar altijd meerdere meisjes bij waren en dat zij dus niet alleen met [naam] bij de waterkant was. Volgens de minister zijn dit tegenstrijdige verklaringen en doet dit af aan de geloofwaardigheid. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat de minister dit niet aan eiseres heeft mogen tegenwerpen, omdat eiseres in eerste instantie een verklaring gaf over waar het gesprek volgens haar over ging: namelijk dat het iets met haar deed toen zij [naam] zonder bovenkleding zag. Dat punt heeft eiseres in de zienswijze herhaald. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd wat maakt dat wat eiseres in de zienswijze heeft verduidelijkt (dat men in de praktijk niet met maar één ander persoon naar de waterkant gaat en er dus altijd meer meisjes bij waren), afbreuk doet aan haar eerdere verklaring.
8.4
De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat het besluit ten aanzien van de ongeloofwaardigheid van de lesbische gerichtheid van eiseres ook in deze beroepsprocedure onvoldoende is gemotiveerd.
9.1
Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de minister een onjuiste conclusie heeft getrokken over de tweede keer dat zij met [naam] is betrapt. De rechtbank begrijpt dat eiseres hiermee ook stelt dat de minister ten onrechte geen volledige uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 26 februari 2025. Deze beroepsgrond slaagt vanwege het volgende. Zoals hiervoor al is overwogen moet de rechtbank uitgaan van de juistheid van in de eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordelen. De rechtbank constateert dat de minister in het bestreden besluit heeft herhaald dat het zeer onvoorzichtig voorkomt dat eiseres een tweede keer met [naam] is betrapt. In de uitspraak van 26 februari 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, echter uitdrukkelijk en zonder voorbehoud geoordeeld dat de minister de verklaringen over de tweede betrapping met [naam] in haar kamer niet aan haar heeft mogen tegenwerpen. [7] Dat de minister dit nu nogmaals – zonder dat daaraan nieuw gebleken feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd – tegenwerpt aan eiseres levert een zorgvuldigheidsgebrek op.
9.2
Het gevolg hiervan is dat dat de conclusie van de minister over de ongeloofwaardigheid van de problemen als gevolg van eiseres’ seksuele geaardheid onvoldoende gemotiveerd, aangezien dit het enige onderdeel is in het besluit dat hier specifiek over gaat.
10. Het voorgaande betekent dat de minister ten onrechte heeft geconcludeerd dat asielmotief 2 ‘
Seksuele gerichtheid en haar problemen als gevolg hiervan’ongeloofwaardig is. Hieruit volgt dat hetgeen de minister heeft geconcludeerd met betrekking tot de vraag of eiseres in aanmerking komt voor een asielvergunning vanwege vluchtelingschap dan wel omdat zij bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico loopt op ernstige schade, niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, nu die beoordeling (hoofdzakelijk) steunt op de conclusie dat asielmotief 2 ongeloofwaardig is.
11. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

12. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen en daarom – net als in de vorige procedure – niet houdbaar is. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en de minister dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. [8]
13. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het besluit van 30 juni 2025;
  • draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.C. Hummel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van
3.Gedingstuk 67, documentnummer DSR51244687, Aanbiedingsbrief gemachtigde.
4.Gedingstuk 59, documentnummer DSR51244679 Medisch advies.
5.Artikel 8:69, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
6.Zie pagina 9 en 10 van het nader gehoor.
8.Artikel 8:72, vierde lid, van de Awb.