ECLI:NL:RBDHA:2026:17895

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
NL26.1567
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvraag Somalië wegens gebrek aan nieuwe relevante feiten

Eiser, afkomstig uit Somalië, heeft op 10 december 2025 een tweede opvolgende asielaanvraag ingediend nadat eerdere aanvragen waren afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. Hij baseert zijn aanvraag op bedreigingen door Al-Shabaab aan zijn ouders en hemzelf, en overlegt vluchtgegevens waaruit blijkt dat zijn ouders naar Kenia zijn gereisd.

De minister verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De minister stelde dat de verklaringen van eiser tegenstrijdig waren over het tijdstip van de bedreigingen en dat de vluchtgegevens niet aannemelijk maken dat zijn ouders daadwerkelijk gevlucht zijn vanwege bedreigingen.

De rechtbank oordeelt dat hoewel de minister ten onrechte stelde dat eiser tegenstrijdig verklaarde, dit niet leidt tot een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. De vluchtgegevens zijn onvoldoende om de asielaanvraag te ondersteunen, mede omdat eerdere verklaringen van eiser ongeloofwaardig zijn bevonden. Daarom is de niet-ontvankelijkverklaring terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.1567

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 10 december 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 januari 2026 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Eerdere procedures
4. Eiser heeft voor het eerst asiel aangevraagd op 8 februari 2023. Hier heeft hij, voor zover relevant, het volgende aan ten grondslag gelegd. Eiser komt uit Somalië en is geboren op [geboortedatum] 2000. Hij en zijn ouders zijn in Somalië bedreigd door leden van Al-Shabaab, die hem wilden rekruteren.
4.1.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 februari 2024 afgewezen. Dit besluit staat in rechte vast met de uitspraak van deze rechtbank van 8 oktober 2024 [1] .
5. Eiser heeft op 16 juli 2025 een opvolgende asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 31 juli 2025 niet-ontvankelijk verklaard.
6. Deze uitspraak gaat over de tweede opvolgende asielaanvraag van 10 december 2025.
Huidige aanvraag
7. Eiser legt aan zijn huidige asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eisers vader is door Al-Shabaab bedreigd dat hij eiser moest terugbrengen en anders gedood zou worden. Eisers ouders zijn daarom naar Kenia gevlucht. Eiser heeft vluchtgegevens overgelegd, waaruit blijkt dat zijn ouders vanuit Somalië naar Kenia zijn gereisd.
Het bestreden besluit
8. Volgens de minister heeft eiser geen relevante nieuwe elementen of bevindingen aangevoerd. De asielaanvraag is daarom niet-ontvankelijk. De minister werpt tegen dat eiser tegenstrijdig is over wanneer de problemen zijn ontstaan: in de toelichting van 11 december 2025 stelt hij enerzijds dat de situatie vijf maanden geleden is verslechterd, anderzijds dat zijn vader is bedreigd tussen 20 april 2025 en 3 mei 2025. Verder maakt informatie van derden (eisers ouders), in combinatie met eerdere verklaringen die in de vorige procedure ongeloofwaardig zijn beschouwd, de bedreiging door Al-Shabaab niet aannemelijk. Het feit dat eisers ouders naar Kenia zijn gegaan, bevestigt niet een ernstige situatie, nu nergens uit blijkt dat zij daadwerkelijk zijn gevlucht.
Is de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard?
9. Eiser voert aan dat zijn asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. De minister heeft zijn verklaringen over wanneer de problemen zich voordeden ten onrechte inconsistent geacht. Dit kan namelijk worden uitgelegd met de andere verklaring van eiser dat hij vijf maanden geleden over de problemen hoorde. Verder maken de vluchtgegevens op zijn minst aannemelijk dat zijn ouders zijn gevlucht, omdat dit aansluit bij zijn verklaringen. Daarbij is ook relevant dat hij zijn verklaringen niet met objectieve stukken kan onderbouwen.
10. De rechtbank stelt voorop dat eiser op zich gevolgd kan worden dat de minister bij de tegenwerping dat hij tegenstrijdig verklaart, heeft miskend dat eiser op dezelfde pagina van zijn aanvraag zowel heeft verklaard dat zijn situatie vijf maanden geleden verslechterde als dat hij pas vijf maanden geleden over de problemen hoorde. Dit laat echter onverlet dat de minister de asielaanvraag niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. De vluchtgegevens zeggen op zichzelf namelijk niets over de reden van het vertrek van eisers ouders naar Kenia. Dat toch gevolgd moet worden dat zij zijn gevlucht vanwege problemen met Al-Shabaab, omdat dit aansluit bij eisers verklaringen en eiser geen documentatie kan krijgen van de bedreigingen, volgt de rechtbank niet. De verklaringen van eiser over de problemen met Al-Shabaab zijn in de eerdere procedure immers ongeloofwaardig geacht. Enkel de vluchtgegevens bieden geen aanleiding om de asielaanvraag inhoudelijk te beoordelen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

11. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 21 april 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.