ECLI:NL:RBDHA:2026:1786
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag ondanks niet als apart motief duiden huiselijk geweld
Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een herhaalde asielaanvraag in nadat eerdere aanvragen waren afgewezen en een terugkeerbesluit was opgelegd. De minister had het huiselijk geweld dat eiseres had ondervonden wel geloofwaardig geacht, maar dit niet als een apart asielmotief onderscheiden, wat in strijd is met het Verdrag van Istanbul.
De rechtbank oordeelt dat het huiselijk geweld als apart asielmotief beoordeeld had moeten worden, omdat het verband houdt met het vertrek uit Nigeria en op zichzelf aanleiding kan geven tot bescherming. Desondanks wordt het gebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat eiseres haar vrees voor huiselijk geweld bij terugkeer niet aannemelijk heeft gemaakt.
De minister mocht het eerdere oordeel over de ongeloofwaardigheid van de moord op de stiefmoeder handhaven. De ingebrachte documenten en verklaringen overtuigden de rechtbank niet van het tegendeel. De herhaalde asielaanvraag wordt als kennelijk ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier F. Aissa op 3 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag ondanks het niet als apart motief duiden van huiselijk geweld.