Uitspraak
Vervangende toestemming Schoolmaatschappelijk werk
Beschikking op het op 7 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 9 april 2026 van de moeder, met bijlagen;
- het bericht van 17 april 2026 van de moeder, met bijlagen;
- het bericht van 14 mei 2026 van de moeder, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Het huwelijk van de moeder en de vader is door echtscheiding ontbonden.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van 9 september 2025 van deze rechtbank, voor zover hier van belang, zijn de verzoeken in het kader van het eenhoofdig gezag en de ondertoezichtstelling afgewezen en is bepaald dat er voorlopig geen omgang zal zijn tussen de vader en de kinderen. Iedere beslissing ten aanzien van de zorgregeling, de dwangsom en de informatie- en consultatieregeling is aangehouden en de Raad is verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 15 april 2026 is het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling afgewezen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 6 mei 2026 zijn alle verzoeken afgewezen.
Verzoek en verweer
- vervangende toestemming te verlenen aan de moeder die de toestemming van de vader vervangt om [minderjarige 2] aan te melden voor Schoolmaatschappelijk werk en de daaraan gekoppelde hulpverlening;
- de vader te veroordelen in de kosten van de procedure.