ECLI:NL:RBDHA:2026:17812

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL26.13816
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verantwoordelijkheid

De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 maart 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan op grond van de Dublin-verordening.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep op zitting behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, maar de gemachtigde van de minister niet.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en openbaar gemaakt op 1 juli 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.13816

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

v-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. A.M. Veld),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Procesverloop

1. De minister heeft op 12 maart 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep [1] op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook de tolk is verschenen. De gemachtigde van de minister is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. Wetterauw, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.13815.