ECLI:NL:RBDHA:2026:17809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
De minister van Asiel en Migratie heeft op 15 mei 2026 een maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd aan eiser, die van Palestijnse nationaliteit is. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en beoordeelt de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 28 mei 2026, na een eerdere toetsing op 2 juni 2026.
Eiser stelt dat de bewaring niet langer nodig is en dat een lichter middel, zoals een meldplicht, volstaat omdat hij bereid is mee te werken aan zijn overdracht op 30 juni 2026. De rechtbank overweegt dat de minister uitgebreid heeft gemotiveerd waarom een lichter middel niet passend is en dat eiser aanvankelijk niet wilde meewerken aan de overdracht. Het intrekken van het beroep tegen het overdrachtsbesluit op 22 juni 2026 is onvoldoende om het voortduren van de bewaring te rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. van Veelen en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.