ECLI:NL:RBDHA:2026:17806

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
NL26.20200 en NL26.20202
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.

Tegen dit besluit hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en beroepen op zitting behandeld, waarbij verzoekers en de minister vertegenwoordigd waren.

De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan op de beroepen, waardoor voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20200 en NL26.20202

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

v-nummer: [v-nummer],
en

[naam] , verzoekster,

v-nummer: [v-nummer],
samen: verzoekers
mede namens hun minderjarige kinderen:

[naam] ,

v-nummer: [v-nummer],

[naam] .

v-nummer: [v-nummer],

[naam]

v-nummer: [v-nummer],

[naam]

v-nummer: [v-nummer],
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.M. Koning).

Procesverloop

1. De minister heeft op 9 april 2026 de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ze hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en de beroepen [1] op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door de waarnemer van hun gemachtigde, mr. Bouius. Ook de tolk is verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoekers. Voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N. Wetterauw, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Deze beroepen staan geregistreerd onder de zaaknummers NL26.20199 en NL26.20201