ECLI:NL:RBDHA:2026:17782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken gezinsband en middelenvereiste
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel verblijf als familie- of gezinslid bij zijn vermeende vader, de referent. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat er een feitelijke gezinsband of hechte persoonlijke banden bestaan tussen eiser en referent. Tevens voldoet de referent niet aan het middelenvereiste, aangezien hij een uitkering ontvangt en niet heeft aangetoond volledig arbeidsongeschikt te zijn.
Eiser voerde aan dat de verklaring van zijn moeder voldoende bewijs is voor de gezinsband en dat de minister ten onrechte aanvullende bewijsstukken eist. Ook stelde hij dat er sprake is van hechte persoonlijke banden en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet heeft plaatsgevonden. Daarnaast stelde eiser dat de referent wel aan het middelenvereiste voldoet, omdat uit het ambtshalve onderzoek van de minister blijkt dat de referent een inkomen ontvangt dat voldoende zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn stellingen niet voldoende heeft onderbouwd en dat de minister gemotiveerd heeft toegelicht waarom de aanvraag is afgewezen. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheden om zijn gezinsband te onderbouwen en is niet verschenen op de zitting. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van gezinsband en onvoldoende middelen.