ECLI:NL:RBDHA:2026:17759

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL26.33096
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b VwArt. 50 lid 2 VwArt. 100 lid 1 VwArt. 106 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens schending recht op rechtsbijstand

De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister op 12 juni 2026. Eiser werd zonder aanwezigheid van een advocaat gehoord en in bewaring gesteld, terwijl hem niet was meegedeeld dat hij het recht had om tot twee uur te wachten op een piketadvocaat. Dit werd als een ernstig gebrek beoordeeld.

De rechtbank oordeelde dat het recht op rechtsbijstand, zoals vastgelegd in artikel 100, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, was geschonden. Gezien het ontbreken van zwaarwegende belangen van de minister, was de belangenafweging in het voordeel van eiser. De maatregel van vreemdelingenbewaring werd daarom vanaf het begin onrechtmatig verklaard.

De rechtbank beval de opheffing van de bewaring per 16 juni 2026 en kende een schadevergoeding toe van €600,- voor vijf dagen onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten van eiser aan de minister opgelegd. De uitspraak werd direct na de zitting gedaan en is openbaar bekendgemaakt.

Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven per 16 juni 2026 en eiser krijgt een schadevergoeding van €600,- toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.33096

proces-verbaal van de uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

(gemachtigde: mr. R.L.F. Zandbelt).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend. [1]
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is onrechtmatig. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 12 juni 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
2.1.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Dahiya als tolk en de gemachtigde van de minister.
2.3.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser is op 12 juni 2026 om 13:52 uur opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw om te worden gehoord. Om 14:15 uur is aangevangen met het gehoor zonder de aanwezigheid van een advocaat en vervolgens is eiser om 16:00 uur in bewaring gesteld.
4. In het proces-verbaal van gehoor (het M110-formulier) staat over rechtsbijstand door een advocaat het volgende opgeschreven:
V: Wenst u gebruik te maken van het recht op rechtsbijstand op kosten van de Staat?
A: Ja, dat is goed.
V: Ik heb voor u een piketadvocaat aangevraagd en ik zal u aangeven wanneer het bekend is als er een advocaat is aangewezen voor u. U kunt mij te allen tijde aangeven of u hem/haar dan, desgewenst, wilt spreken.
A: Ok.
V: Wenst u te wachten op de komst van deze piketadvocaat of wilt u het gehoor vast starten zonder advocaat?
A: Nee, hoor we kunnen gewoon starten zonder advocaat.
5. Hoewel uit dit proces-verbaal volgt dat eiser aan het begin van het gehoor heeft aangegeven dat hij geen raadsman bij het gehoor wilde, heeft de minister nagelaten aan eiser mee te delen dat hij het recht had om twee uur te wachten op de aanwezigheid van een piketadvocaat alvorens hij zou worden gehoord. Dat is een schending van zijn recht op toevoeging van een raadsman bij vrijheidsontneming op grond van artikel 100, eerste lid, van de Vw.
6. Het schenden van het recht op rechtsbijstand is een ernstig gebrek. Gelet op de aard van de maatregel en omdat niet is gebleken van zeer zwaarwegende belangen aan de zijde van de minister die aanleiding kunnen geven om aan dat gebrek voorbij te gaan, valt de belangenafweging uit in het voordeel van eiser. Dit betekent dat de inbewaringstelling van eiser vanaf aanvang onrechtmatig is. De rechtbank wijst in dat verband op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 oktober 2021. [2]
7. Gelet op het voorgaande behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is gegrond. Deze maatregel is vanaf het moment van het opleggen onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van deze maatregel met ingang van 16 juni 2026.
8.1.
Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien zij de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring beveelt aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor vijf dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vreemdelingenbewaring van 5 x € 120,- (verblijf detentiecentrum) = € 600,-.
8.2.
De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van vreemdelingenbewaring met ingang van
16 juni 2026;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van € 600,- aan schadevergoeding aan eiser, te betalen door de griffier, en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van
D.P. van Middelkoop, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Voetnoten

1.Het beroep tegen een maatregel van bewaring wordt ook aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding. Dit volgt uit artikel 106, eerste lid, van de Vw.