ECLI:NL:RBDHA:2026:17742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invordering dwangsom wegens onuitvoerbaarheid en onvoldoende motivering
Eiseres, huurder van een winkel met woning, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het bouwen zonder vergunning en afwijkingen van een omgevingsvergunning. Het college vorderde een dwangsom nadat eiseres niet aan de last had voldaan. De rechtbank oordeelt dat het college de dwangsom niet mocht invorderen omdat het deel van de last dat betrekking heeft op het verwijderen van een deur en raam in een vergund bijgebouw evident onuitvoerbaar is voor eiseres als huurder.
Daarnaast is het onduidelijk of de illegale bebouwing op het achterterrein nog aanwezig was bij de controle, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig is voorbereid. Het college heeft het bezwaar van eiseres tegen de invordering ongegrond verklaard, maar de rechtbank vernietigt dit besluit en gelast een nieuw besluit.
De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiseres. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige vaststelling van feiten en de uitzonderlijke omstandigheden waaronder een dwangsom niet kan worden ingevorderd.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van de dwangsom wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.