ECLI:NL:RBDHA:2026:17719
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Benoeming bijzondere curator voor minderjarige in strafprocedure tegen vader
De rechtbank Den Haag heeft op 25 juni 2026 besloten tot de benoeming van mr. D.G.M. van den Hoogen als bijzondere curator voor een minderjarige. Deze benoeming vindt plaats op grond van artikel 1:250 BW Pro vanwege een belangenconflict tussen de minderjarige en haar vader, die als verdachte in een strafzaak bij dezelfde rechtbank is aangemerkt.
De minderjarige is slachtoffer in de strafzaak tegen haar vader, die samen met de moeder het gezag over haar heeft. De moeder verblijft in het buitenland en is niet in staat op te treden, waardoor betrokkenheid van pleegouders, jeugdhulpverlening en Slachtofferhulp Nederland is gebleken. De bijzondere curator zal de minderjarige bijstaan en vertegenwoordigen in de strafrechtelijke procedure, inclusief het indienen van een vordering benadeelde partij en het uitoefenen van slachtofferrechten.
De kantonrechter acht de benoeming noodzakelijk vanwege het botsen van belangen tussen de vader en de minderjarige. De bijzondere curator moet binnen zes weken na het vonnis in de strafzaak rapporteren over de bijstand en ervoor zorgen dat eventuele schadevergoedingen op een bankrekening met BEM-clausule worden gestort. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator voor de minderjarige om haar belangen te vertegenwoordigen in de strafprocedure tegen haar vader.