ECLI:NL:RBDHA:2026:17705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring en schadevergoeding bij weigering strafrechtelijk overleveringsverzoek
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was vanwege een lopende strafrechtelijke overleveringsprocedure in Polen, waarbij de overlevering was geweigerd vanwege mensenrechtenkwesties. Verweerder had de bewaring inmiddels opgeheven nadat hij op 13 mei 2026 bericht had ontvangen dat de overlevering niet zou plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op het moment van oplegging van de bewaring nog geen kennis had van de overleveringsprocedure en dat het op de weg van eiser lag om zijn standpunt met stukken te onderbouwen, wat niet was gebeurd. De ambtshalve toetsing van de rechtsmatigheid van de bewaring leidde niet tot een ander oordeel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.