ECLI:NL:RBDHA:2026:17699

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL26.14170 en NL26.14172
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk

Verzoekers hebben een verzoek ingediend om voorlopige voorzieningen te treffen tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie, waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling zijn genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.

De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank reeds op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak betreffende deze beroepen, waardoor voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk zijn.

Daarom worden de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.14170 en NL26.14172

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer 1]

en

[verzoekster] , verzoeksterV-nummers: [V-nummer 2] ,

Mede ten behoeve van hun minderjarige kinderen,
[verzoeker 2], V-nummer: [V-nummer 3] ,
[verzoeker 3], V-nummer: [V-nummer 4]
(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 12 maart 2026 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers, NL26.14169 en NL26.14171, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).