ECLI:NL:RBDHA:2026:17698
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet-toetsing non-refoulement en toekenning schadevergoeding
Eiser werd op 7 mei 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 26 mei 2026 opgeheven. Eiser stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht tevens om schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was omdat niet was getoetst aan het beginsel van non-refoulement, zoals vereist op grond van het arrest Adrar van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Verweerder bood daarom een schadevergoeding aan voor de gehele periode van bewaring.
De rechtbank achtte het aanbod terecht en kende een schadevergoeding toe van € 2.480,- voor 20 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, alsmede een proceskostenvergoeding van € 1.868,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de Staat werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige bewaring zonder toetsing van het non-refoulementbeginsel.