ECLI:NL:RBDHA:2026:17692

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL26.29687
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 mei 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden overgedragen voordat op het beroep was beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Dit volgt mede omdat in de bodemzaak met zaaknummer NL26.29686 het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Hierdoor is er geen grond om de voorlopige voorziening toe te kennen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 25 juni 2026 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.29687

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet zal worden overgedragen voordat er op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.29686, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om een voorlopige voorziening gaat, niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 25 juni 2026 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.