Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 mei 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling nam, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden overgedragen voordat op het beroep was beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Dit volgt mede omdat in de bodemzaak met zaaknummer NL26.29686 het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Hierdoor is er geen grond om de voorlopige voorziening toe te kennen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 25 juni 2026 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht wordt afgewezen.