ECLI:NL:RBDHA:2026:17651

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL24.43670 en NL24.43665
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen

Eisers hebben op 7 november 2024 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen die zij op 5 juni 2023 indienden. De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 juni 2025 alsnog een beslissing genomen, waarmee hij geheel aan de beroepen tegemoet is gekomen.

Op 11 februari 2026 trokken eisers hun beroepen in en verzochten de rechtbank om de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de beroepen kennelijk gegrond waren en dat de minister aansprakelijk was voor de proceskosten.

De proceskosten werden vastgesteld op €467, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een lichte wegingsfactor werd toegepast omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag aan eisers.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot betaling van €467 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.43670 en NL24.43665

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] ,mede names hun minderjarige kinderen
[eiser 3] en [eiser 4] ,
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] , hierna: eisers,
(gemachtigde: mr. J.M.M. Heilbron),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder

Procesverloop

Verzoekers hebben op 7 november 2024 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 5 juni 2023.
Op 12 juni 2025 heeft verweerder verzoekers in kennis gesteld van de beslissing op hun aanvragen.
Op 11 februari 2026 hebben verzoekers hun beroepen ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoekers heeft besloten, maar op 12 juni 2025 alsnog tot afzonderlijke besluiten is gekomen, is verweerder geheel aan de beroepen van verzoekers tegemoetgekomen.
3. De verzoeken worden als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien de beroepen alleen zien op het niet tijdig nemen van de besluiten.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van tezamen € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 24 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.