ECLI:NL:RBDHA:2026:17611
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verlenging verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 26 maart 2025 afgewezen en de verblijfsvergunning ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde de afwijzing bij besluit van 8 augustus 2025.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, waarbij verzoekster tevens een voorlopige voorziening heeft gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 3 juni 2026 behandeld, samen met de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak doet in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.42967), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 11 juni 2026 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing en intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.