ECLI:NL:RBDHA:2026:17611

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL25.42971
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verlenging verblijfsvergunning zelfstandige

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 26 maart 2025 afgewezen en de verblijfsvergunning ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde de afwijzing bij besluit van 8 augustus 2025.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, waarbij verzoekster tevens een voorlopige voorziening heeft gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 3 juni 2026 behandeld, samen met de behandeling van het beroep.

De voorzieningenrechter oordeelt dat nu de rechtbank op dezelfde dag uitspraak doet in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.42967), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 11 juni 2026 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing en intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42971

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. F. Jansen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J.A.A. Willems).

Procesverloop

1. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 26 maart 2025 afgewezen en de verblijfsvergunning van eiseres ingetrokken. Met het bestreden besluit van 8 augustus 2025 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de behandeling van het beroep (NL25.42967) op 3 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.42967, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
2.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.G. Bijvank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2026.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.