Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:17606

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL25.39439
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 3.6ba Vb 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens frauduleus paspoort en onvoldoende schrijnende omstandigheden

Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. Zij overlegde zowel een Nigeriaans als een Gambiaans paspoort, waarbij zij stelde dat het Gambiaanse paspoort frauduleus was verkregen. De minister beoordeelde de identiteit en nationaliteit als geloofwaardig en ging uit van dubbele nationaliteit, waardoor terugkeer naar Gambia mogelijk was.

Eiseres voerde aan dat de minister ten onrechte de situatie in Nigeria niet had beoordeeld en dat het Gambiaanse paspoort vals was. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende inspanningen had geleverd om de frauduleuze aard van het paspoort aan te tonen, ondanks haar persoonlijke omstandigheden. Daarnaast stelde eiseres dat de minister ambtshalve een verblijfsvergunning had moeten verlenen wegens schrijnende omstandigheden, waaronder haar traumatische verleden en medische problematiek.

De rechtbank overwoog dat de minister terecht terughoudend was en dat de schrijnende omstandigheden zich niet in Nederland voordeden. De medische problematiek van eiseres en haar kinderen werd erkend, maar niet als zodanig bijzonder dat een verblijfsvergunning gerechtvaardigd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39439

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D. Koevoets).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1978. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres verklaart dat zij in Nigeria seksueel is misbruikt door haar vader. Zij is hierdoor meerdere malen van huis weggelopen. In 2003 is zij vertrokken uit Nigeria. Bij terugkeer vreest zij voor haar vader. Zij is daarnaast besneden en vreest dat haar dochter bij terugkeer ook besneden zal worden. Eiseres heeft bij haar asielaanvraag een Gambiaans paspoort overgelegd. Daarover verklaart zij dat dit vals is, en dat zij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. Eiseres heeft ook een Nigeriaans paspoort overgelegd.
Het bestreden besluit
4. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres als geloofwaardig beoordeeld. Eiseres heeft zowel een Gambiaans als een Nigeriaans paspoort overgelegd. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar Gambiaans paspoort vals is. De minister gaat er daarom van uit dat eiseres zowel de Gambiaanse als de Nigeriaanse nationaliteit heeft. De problemen van eiseres in Nigeria worden niet beoordeeld op geloofwaardigheid, omdat eiseres ook kan terugkeren naar Gambia. Eiseres heeft in Gambia geen problemen ondervonden. De aanvraag van eiseres is ongegrond.
Heeft de minister ten onrechte de gebeurtenissen in Nigeria niet beoordeeld?
5. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte de gebeurtenissen in Nigeria niet heeft beoordeeld. De minister stelt ten onrechte dat zij de Gambiaanse nationaliteit heeft en om die reden terug kan keren naar Gambia. Het Gambiaanse paspoort dat eiseres heeft overgelegd is frauduleus verkregen. Zij heeft alleen de Nigeriaanse nationaliteit. De minister had daarom de gebeurtenissen in Nigeria moeten beoordelen.
5.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Eiseres heeft een Gambiaans paspoort overgelegd dat door de minister als echt is beoordeeld. Het is vervolgens aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit paspoort frauduleus is verkregen. Daarbij mag de minister van eiseres verwachten dat zij alles doet waar zij redelijkerwijs toe in staat is om een verklaring van de Gambiaanse autoriteiten te verkrijgen waaruit blijkt of zij het paspoort als echt aanmerken of dat zij de vreemdeling als hun onderdaan beschouwen. [2] Eiseres heeft een
e-mailwisseling overgelegd waaruit blijkt dat zij contact heeft gehad met de Gambiaanse ambassade in Brussel. Uit de e-mailwisseling blijkt dat de ambassademedewerker het verzoek van eiseres naar de Gambiaanse autoriteiten heeft doorgestuurd. Ook biedt de medewerker aan om – als eiseres in persoon bij de ambassade verschijnt - haar nationaliteit te verifiëren. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiseres verklaard dat van dit aanbod geen gebruik is gemaakt en dat er geen verder contact met de ambassade is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daaruit niet dat eiseres een oprechte inspanning heeft geleverd om een verklaring van de Gambiaanse autoriteiten over haar nationaliteit te verkrijgen. Dat eiseres, zoals haar gemachtigde stelt, minderjarige kinderen heeft, getraumatiseerd is en in een slechte opvanglocatie verbleef, maakt dat oordeel niet anders. De minister mag namelijk van eiseres verwachten dat zij doet wat redelijkerwijs mogelijk is om aan te tonen dat zij niet de Gambiaanse nationaliteit heeft. De rechtbank ziet niet in waarom eiseres, ook onder haar omstandigheden, niet bij de Gambiaanse ambassade zou kunnen verschijnen of in elk geval verder contact met de ambassade had kunnen hebben. De beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier wegens schrijnende omstandigheden
6. Eiseres voert daarnaast aan dat de minister op grond van artikel 3.6ba van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) ambtshalve een verblijfsvergunning regulier had moeten verlenen wegens schrijnende omstandigheden. Eiseres heeft een dramatische geschiedenis met haar vader. Zij heeft daarna onder mensonterende omstandigheden geleefd tijdens haar vlucht vanuit Nigeria, via Libië, Malta en Italië. In Libië is zij gedwongen om in de prostitutie te werken. Tijdens haar vlucht naar Malta is de boot waar zij in zat omgeslagen, terwijl ze daar met twee kleine kinderen in zat en zwanger was. In Nederland zit zij al meer dan drie jaar met drie jonge, getraumatiseerde kinderen in een opvanglocatie. Eiseres is zelf ook getraumatiseerd. Zij heeft een brief van GGZ [plaats] overgelegd waaruit blijkt dat zij is gediagnosticeerd met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). De minister heeft deze feiten en omstandigheden onvoldoende betrokken.
6.1.
Op grond van artikel 3.6ba, eerste lid, Vb 2000 kan de minister ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen als sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid komt beoordelings- en beleidsruimte aan de minister toe. Uit paragraaf B11/2.5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat de minister terughoudend van deze bevoegdheid gebruik maakt. De minister maakt alleen gebruik van zijn bevoegdheid als sprake is van een schrijnende situatie die is gelegen in een samenstel van bijzondere omstandigheden die zich in Nederland voordoen.
6.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister geen aanleiding hoeven te zien om eiseres ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Zoals uit het beleid van de minister volgt, moet het gaan om omstandigheden die zich in Nederland voordoen. De minister heeft om die reden de gebeurtenissen in Nigeria, Libië en Malta niet in zijn beoordeling hoeven te betrekken. Ten aanzien van de medische problematiek van eiseres en haar kinderen heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 3.6ba, eerste lid, Vb 2000. De rechtbank overweegt in dit verband dat eiseres een brief van 23 april 2025 van GGZ Noord-Holland-Noord heeft overgelegd waaruit volgt dat sprake is van PTSS en ADHD en dat eiseres van traumabehandeling kan profiteren. Ook is voor één van de kinderen met gedragsproblemen zorg ingeschakeld. De minister heeft op de zitting toegelicht dat medische omstandigheden een rol kunnen spelen bij de beoordeling van de vraag of zich schrijnende omstandigheden voordoen. Omdat de problematiek bij zowel eiseres als bij haar kinderen speelt, neemt de minister ook aan dat sprake is van een samenstel van omstandigheden. Volgens de minister is de medische problematiek van eiseres en haar kinderen echter niet zodanig bijzonder dat sprake is van schrijnende omstandigheden in de zin van artikel 3.6ba, eerste lid, Vb 2000. De rechtbank vindt die uitleg niet onbegrijpelijk. Er is ook niet gesteld of gebleken dat eiseres momenteel onder behandeling staat of uitstel van vertrek heeft gevraagd. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van mr. T.G. Bijvank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1071.l