Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister. (gemachtigde: S. Faddach).
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Ambtshalve toets
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 29 april 2026 aan eiser, van Litouwse nationaliteit, een maatregel van vreemdelingenbewaring op op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister motiveerde dit met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken.
Eiser betwistte enkele zware gronden, waaronder het niet melden bij de korpschef en het niet verkrijgen van een nieuw reisdocument na verlies van zijn paspoort. De rechtbank oordeelde dat een melding bij de politie niet gelijkstaat aan een melding bij de korpschef en dat eiser onvoldoende inspanningen had verricht om een nieuw reisdocument te verkrijgen. De gronden voor bewaring waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast, maar dit werd niet nader geconcretiseerd. De rechtbank vond de motivering van de minister voldoende en concludeerde dat er een reëel risico op onttrekking aan toezicht bestond. De maatregel was niet onrechtmatig en het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.