ECLI:NL:RBDHA:2026:17536
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinverordening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de minister van Asiel en Migratie een besluit genomen op 26 maart 2026 om de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening (EU) Nr. 604/2013.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat aangezien het hoofdberoep (zaaknummer AWB 26/8640) reeds is beslist, er geen noodzaak meer is voor een voorlopige voorziening.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 23 juni 2026 door de voorzieningenrechter S.S. van der Velde en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is beslist.