ECLI:NL:RBDHA:2026:17530
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 9 juni 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 19 juni 2026, waarbij eiser afstand deed van het recht om ter zitting te worden gehoord.
Eiser stelde dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, zodat hij zelfstandig naar Brazilië had kunnen terugkeren. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond, mede vanwege het onttrekkingsrisico en het feit dat eerdere pogingen tot zelfstandig vertrek niet succesvol waren. Eiser was namelijk uitgestapt tijdens een tussenlanding en had de EU niet verlaten.
De rechtbank vond geen aanleiding om ambtshalve tot een ander oordeel te komen en concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was toegepast of ten uitvoer gelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.