In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar tegen een wijziging van haar WIA-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank overweegt dat in zaken waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het UWV in beginsel zes weken krijgt om de medische beoordeling te verrichten en vervolgens drie weken om een besluit te nemen, met een maximale termijn van negen weken na verzending van de uitspraak. Dit is een bijzonder geval conform artikel 8:55d, derde lid, van de Awb, mede vanwege structurele tekorten aan verzekeringsartsen.
Het UWV heeft nog geen nieuw besluit genomen, maar heeft wel een actueel medisch en sociaal oordeel gevormd. De rechtbank draagt het UWV op binnen de gestelde termijn alsnog een beslissing te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Daarnaast wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.