ECLI:NL:RBDHA:2026:17436
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over minderjarige met autisme
De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige kind, dat autisme heeft, te beëindigen en haar eenhoofdig gezag toe te kennen. Zij stelt dat de vader onvoldoende voor het kind zorgt en dat de omgangsregeling sinds oktober 2024 is stopgezet vanwege negatieve effecten op het kind. De vader heeft het kind sinds die datum niet meer gezien, maar onderhoudt wekelijks contact via berichten.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat ouders gezamenlijk gezag blijven uitoefenen na het uiteengaan, tenzij er sprake is van gewijzigde omstandigheden die het belang van het kind rechtvaardigen het gezag te wijzigen. De moeder voert aan dat het te druk is bij de vader thuis en dat het kind niet goed past in het nieuwe gezin van de vader.
De rechtbank constateert dat de vader altijd de benodigde documenten heeft ondertekend en dat er geen aanwijzingen zijn dat het kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders. Ook is niet gebleken dat wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk is. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de moeder af. Beide ouders tonen bereidheid tot contactherstel, waarbij ondersteuning via het wijkteam wordt aanbevolen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag af en handhaaft het gezamenlijk gezag.