ECLI:NL:RBDHA:2026:17364

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
NL26.20355
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verantwoordelijkheid

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 10 april 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.

Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank Den Haag heeft het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep op 18 juni 2026 behandeld in een zitting te Groningen, waarbij beide partijen en een tolk aanwezig waren.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-, omdat verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Sibma en griffier S. Strating en is openbaar gemaakt op 26 juni 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.20355

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).

Inleiding

1. De minister heeft op 10 april 2026 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening, tegelijk met het beroep [1] , op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Ook was er een tolk aanwezig. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 934,-, omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend (1 punt).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.20355.