Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:17349

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
NL25.63114
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoeker heeft op 30 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 november 2023. Op 2 juni 2026 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank overweegt dat veroordeling in proceskosten mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroep, zoals geregeld in artikel 8:75a van de Awb. In dit geval is het beroep ingetrokken omdat verzoeker is teruggekeerd naar Syrië en geen belang meer heeft bij verdere behandeling, waardoor geen sprake is van tegemoetkoming door het bestuursorgaan.

Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 24 juni 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep is ingetrokken zonder tegemoetkoming door het bestuursorgaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63114

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. F.A. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 30 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 16 november 2023.
Verzoeker heeft op 2 juni 2026 het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb.3 Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verzoeker het beroep heeft ingetrokken omdat hij is teruggekeerd naar Syrië en daarom geen belang meer heeft bij een verdere behandeling van het beroep, is geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 8:7a van de Awb.
3. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijs het verzoek om een proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 24 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van O. Schep, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin
u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit
verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet
deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,
kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.