ECLI:NL:RBDHA:2026:17332

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
NL24.45318 en NL24.45319 en NL25.42593 en NL25.42595
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 SIS-VerordeningArt. 20 VWEUArt. 8 EVRMArt. 7 Handvest EUArt. 64 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling terugkeerbesluit en weigering verblijfsdocument EU/EER voor zorg aan moeder

Eiseres, afkomstig uit Suriname, kwam in september 2022 naar Nederland om voor haar Nederlandse moeder te zorgen. In oktober 2024 kreeg zij een terugkeerbesluit opgelegd, waarbij zij binnen vier weken Nederland moest verlaten. Tevens werd zij opgenomen in het Schengeninformatiesysteem (SIS). Eiseres maakte bezwaar tegen het terugkeerbesluit en de SIS-signalering, maar gaf geen concrete gronden aan waarom het besluit onjuist zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht is genomen en de SIS-signalering rechtmatig is.

Daarnaast vroeg eiseres een verblijfsdocument EU/EER aan om bij haar moeder te kunnen blijven. Dit document wordt alleen toegekend indien er sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie dat zij niet van elkaar gescheiden kunnen worden. De minister weigerde het document omdat eiseres deze bijzondere afhankelijkheid onvoldoende had aangetoond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de door eiseres overgelegde medische en persoonlijke verklaringen niet voldoende waren om de vereiste afhankelijkheid te bewijzen.

Eiseres voerde diverse beroepsgronden aan, waaronder schending van de hoorplicht, het recht op familieleven onder artikel 8 EVRM Pro, en het arrest Jeunesse. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat eiseres onvoldoende bewijs aanleverde en de minister de juiste wettelijke toetsingen had toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit en de weigering van het verblijfsdocument blijven in stand, en de verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen.

Uitkomst: De beroepen tegen het terugkeerbesluit en de weigering van het verblijfsdocument EU/EER worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers:
Het terugkeerbesluit
NL24.45318 (beroep)
NL24.45319 (voorlopige voorziening)
De weigering van het verblijfsdocument EU/EER
NL25.42593 (beroep)
NL25.42595 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedag 1] 1981, van Surinaamse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde [1] : mr. R. Dhalganjansing),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over een besluit waarin is gezegd dat eiseres binnen vier weken uit Nederland moet vertrekken en over het weigeren van een zogenoemd verblijfsdocument EU [2] /EER [3] voor verblijf bij een burger van de Unie [4] .
Eiseres komt uit Suriname. Haar moeder [5] is Nederlands en woont in Nederland. Eiseres kwam op 5 september 2022 naar Nederland om voor haar moeder te zorgen. Op 22 oktober 2024 werd eiseres staande gehouden door de politie en kreeg zij een brief waarin stond dat zij binnen vier weken Nederland moet verlaten. Dit wordt ook wel een terugkeerbesluit genoemd. Omdat aan eiseres een terugkeerbesluit is gegeven, is dit opgenomen in het Schengeninformatiesysteem [6] . Ook andere landen weten dan dat eiseres Nederland moet verlaten. Dit wordt ook wel een SIS-signalering genoemd. Eiseres was het niet eens met het terugkeerbesluit en de SIS-signalering en stapte daarom naar de rechtbank. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Eiseres heeft namelijk niet gezegd waarom zij het niet eens is met het terugkeerbesluit. Verder mocht de minister eiseres opnemen in het SIS. Dat betekent dat het beroep ongegrond is en het terugkeerbesluit in stand blijft.
Ondertussen vroeg eiseres ook een verblijfsdocument EU/EER aan. Eiseres wil namelijk graag bij haar moeder in Nederland verblijven, om voor haar te zorgen. Zo’n verblijfsdocument krijgt eiseres alleen als zij en haar moeder zo afhankelijk van elkaar zijn dat zij op geen enkele manier van elkaar gescheiden kunnen worden. Volgens de minister heeft eiseres dat niet genoeg laten zien. Daarom werd het verblijfsdocument geweigerd. Eiseres is het hier niet mee eens en ging naar de rechtbank. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Het klopt namelijk wat de minister zegt. Dat betekent dat het beroep ongegrond is en de weigering van het verblijfsdocument in stand blijft.

Procesverloop

Het terugkeerbesluit
Op 22 oktober 2024 is aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Hiertegen stelde eiseres beroep in. Ook vroeg eiseres de voorzieningenrechter om ervoor te zorgen dat ze niet wordt uitgezet totdat er uitspraak is gedaan op haar beroep.
De weigering van het verblijfsdocument EU/EER
Op 17 december 2024 vroeg eiseres een verblijfdocument EU/EER aan. Met het besluit van 19 juni 2025 weigerde de minister dit verblijfsdocument. Eiseres was het daar niet mee eens en maakte bezwaar, maar dit bezwaar verklaarde de minister met het besluit van 6 augustus 2025 ongegrond.
Hiertegen stelde eiseres beroep in. Ook vroeg eiseres de voorzieningenrechter om ervoor te zorgen dat ze niet wordt uitgezet totdat er uitspraak is gedaan op haar beroep.
In alle zaken
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) behandelde de zaken op 12 maart 2026 op zitting. Eiseres, de advocaat van eiseres en de gemachtigde van de minister waren daarbij aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Leeswijzer
1. De rechtbank begint met het verzoek van eiseres om geen griffierecht te hoeven betalen. Griffierecht is geld dat je moet betalen om een zaak bij de rechtbank te starten. Daarna bespreekt de rechtbank onder het kopje ‘achtergrond’ eerst wat er gebeurde voordat het terugkeerbesluit werd genomen en onder het kopje ‘besluitvorming’ waarom dit terugkeerbesluit is genomen. Hierna gaat de rechtbank in op de weigering van het verblijfsdocument. Tot slot benoemt de rechtbank kort de beroepsgronden en beoordeelt de rechtbank daarna eerst de weigering van het verblijfsdocument en vervolgens het terugkeerbesluit. De rechtbank noemt soms bepaalde artikelen uit bijvoorbeeld nationale wetgeving of verdragen. In de bijlage bij deze uitspraak staan die artikelen volledig uitgeschreven.
Het griffierecht
2. Eiseres heeft in alle zaken verzocht om vrijstelling van het griffierecht, omdat zij dit niet kan betalen. De rechtbank wijst het verzoek toe. Dat betekent dat eiseres geen griffierecht hoeft te betalen.
Het terugkeerbesluit
Achtergrond
3. Eiseres is op 5 september 2022 Nederland binnengekomen. Op 22 oktober 2024 meldde eiseres zich bij de gemeente [plaats] om zich in te schrijven in de Registratie Niet-ingezeten. Eiseres wilde een Burgerservicenummer aanvragen en overhandigde een Surinaams paspoort zonder inreisstempel en visum. De gemeente belde toen de vreemdelingenpolitie, zodat die de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van eiseres kon controleren. Eiseres verklaarde dat zij een paspoort met inreisstempel en een visum had, maar dat zij die was verloren op een festival. Zij heeft toen bij de ambassade van Suriname en nieuw paspoort aangevraagd. Eiseres verklaarde ook dat zij sinds 2022 in Nederland is om voor haar moeder te zorgen en dat zij geen rechtmatig verblijf heeft. Hierop heeft de vreemdelingenpolitie eiseres staande gehouden en overgebracht naar het politiebureau te [plaats].
Besluitvorming
4. Met het besluit van 22 oktober 2024 legde de minister vervolgens aan eiseres een terugkeerbesluit op. Daarin staat dat eiseres Nederland binnen vier weken moet verlaten, omdat zij niet rechtmatig in Nederland verblijft. Verder staat in het besluit dat in het SIS is opgenomen dat eiseres Nederland moet verlaten.
De weigering van het verblijfsdocument EU/EER
Achtergrond
5. Op 17 december 2024 vroeg eiseres om een verblijfsdocument, zodat zij bij haar moeder kan blijven om voor haar te zorgen. In haar aanvraag vroeg ze de minister eerst te kijken naar 20 van het VWEU [7] . Als dat niet genoeg is om het verblijfsdocument te geven, vroeg ze ook te kijken naar artikel 8 van Pro het EVRM [8] en artikel 7 van Pro het Handvest [9] . Als bijlage bij haar aanvraag heeft eiseres onder andere een verklaring van haar moeder en zichzelf van 13 december 2024 bijgevoegd. Daarin staat dat eiseres op 5 september 2022 in Nederland aankwam en het de bedoeling was dat zij 2,5 maand zou blijven. Gedurende de periode merkte eiseres dat het niet zo goed ging met haar moeder. Haar moeder kreeg wegrakingen (een soort epilepsie aanval), is acht keer met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd en het is wel eens gebeurd dat zij is gevallen met een lelijke wond aan haar hoofd als gevolg. Bij een val kreeg zij ook een diepe snijwond in haar bovenlip. De artsen kunnen de oorzaak van de wegraking nog steeds niet vaststellen. Haar moeder is bang om te vallen en blijft dus vaker liggen. Omdat eiseres haar moeder niet zo kon aanzien, besloot zij om bij haar te blijven. Eiseres zet dagelijks haar medicatie klaar en maakt haar maaltijden. Eiseres laat haar moeder niet alleen naar buiten gaan en neemt haar mee naar bijvoorbeeld familiebezoekjes en de huisarts. Eiseres is overspannen door de hele situatie en slaapt maar drie tot vier uren per dag. Zij heeft daardoor pijn.
Besluitvorming
6. De minister weigerde vervolgens het verblijfsdocument. Omdat eiseres en haar moeder meerderjarig zijn, kan alleen in heel uitzonderlijke situaties een familielid van een burger van de EU een afgeleid verblijfsrecht hebben op grond van artikel 20 van Pro het VWEU. Dit is volgens de minister zo wanneer eiseres en haar moeder zo afhankelijk van elkaar zijn dat zij op geen enkele manier van elkaar gescheiden kunnen worden. Eiseres heeft dit niet voldoende onderbouwd of aangetoond. De minister betwist niet dat eiseres voor haar moeder zorgt, maar dit is niet genoeg. Ook de stelling dat het vanwege eiseres haar medische situatie niet verantwoord is om te reizen, maakt dit niet anders. Eiseres kan namelijk een aanvraag indienen op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Ook is niet gebleken dat het afwijzen van deze aanvraag leidt tot schending van artikel 8 van Pro het EVRM of artikel 7 van Pro het Handvest. Daarnaast heeft de minister eiseres in bezwaar niet gehoord omdat er geen twijfel over bestaat dat het bezwaar ongegrond is.
De weigering van het verblijfsdocument EU/EER
Beroepsgronden
7. Eiseres voerde in beroep aan dat de minister eerst had moeten beoordelen of zij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van nationaal recht. Ook had de minister uit eigen beweging moeten toetsen of aan eiseres uitstel van vertrek, zoals bedoeld in artikel 64 van Pro de Vw had kunnen worden verleend. Verder ziet de aanvraag van eiseres zowel op toetsing aan de voorwaarden voor een verblijfsrecht op grond van artikel 20 van Pro het VWEU als op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. Ook voert eiseres aan dat zij een verwesterde vreemdeling is en om die reden rechtmatig verblijf in Nederland moet krijgen. Tot slot is eiseres van mening dat de minister de hoorplicht heeft geschonden.
Beoordeling door de rechtbank

De aanvraag

8. De rechtbank stelt vast dat de minister naar aanleiding van de aanvraag van eiseres heeft getoetst of zij voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsrecht op grond van artikel 20 van Pro het VWEU. Vervolgens heeft de minister uit eigen beweging getoetst of sprake is van een verblijfsrecht op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. De minister heeft dus zowel getoetst aan artikel 20 van Pro het VWEU als aan artikel 8 van Pro het EVRM. Omdat eiseres geen reguliere verblijfsvergunning heeft aangevraagd, maar heeft gevraagd om toetsing aan artikel 20 van Pro het VWEU, had de minister niet hoeven toetsen of sprake is van een verblijfsrecht op nationale gronden. Ook had de minister niet uit eigen beweging hoeven toetsen of eiseres op grond van artikel 64 van Pro de Vw in aanmerking komt voor uitstel van vertrek van vanwege medische redenen. Als eiseres uitstel van vertrek wenst vanwege medische redenen, zal zij een aparte aanvraag moeten indienen. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 20 van Pro het VWEU

9. De rechtbank overweegt dat eiseres aan artikel 20 van Pro het VWEU een afgeleid verblijfsrecht kan ontlenen als sprake is van een zodanige afhankelijkheidsrelatie met haar moeder in die zin dat zij feitelijk niet van elkaar kunnen worden gescheiden [10] . Het is aan eiseres om die afhankelijkheidsrelatie met objectieve en verifieerbare stukken aannemelijk te maken. De rechtbank gaat hierna in op de stukken die eiseres heeft overgelegd en of zij daarmee de afhankelijkheidsrelatie aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank kijkt daarbij ook naar de stukken die eiseres in beroep heeft overgelegd. Anders dan de minister is de rechtbank namelijk van oordeel dat de rechtbank de weigering moet toetsen op basis van de feiten en omstandigheden zoals die nu gelden [11] (en niet zoals die golden op het moment dat het besluit werd genomen [12] ). Verblijfsrecht op grond van artikel 20 van Pro het VWEU ontstaat namelijk automatisch (van rechtswege) als aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan.
9.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres bij haar aanvraag een persoonlijke verklaring van haar moeder van 13 december 2024, foto’s van doosjes met medicatie, een vijftal foto’s waarvan twee van iemand in een ziekenhuisbed en een formulier ‘Aanvraag Laboratorium Diagnostiek’ heeft gevoegd. In bezwaar heeft eiseres slechts een persoonlijke verklaring van haar moeder van 27 juni 2025 opgestuurd. De advocaat van eiseres heeft daarbij aangegeven dat hij in afwachting is van rapportages van deskundigen zoals de huisarts, maatschappelijk werker en psycholoog, maar heeft daarover op zitting gezegd dat het klopt dat de rechtbank die stukken niet heeft gezien. Alleen de stukken die de advocaat van eiseres heeft gekregen, heeft hij aangeleverd. Het gaat dan om een journaal van de huisarts van 16 december 2024 [13] en de verklaringen van eiseres en haar moeder. Ook ziet de rechtbank nog een tweetal foto’s in het dossier waarvan de rechtbank aanneemt dat dit de moeder van eiseres betreft. Op de ene foto zit zij op de grond en op de andere foto zit zij op een stoel met een ambulancemedewerker naast haar. Op de zitting is nog discussie ontstaan tussen eiseres en haar advocaat, omdat eiseres ook stukken van de neuroloog aan de advocaat zou hebben gestuurd. De advocaat kent deze stukken niet. Wat daar ook van zij, feit is dat de rechtbank deze stukken in ieder geval niet in het dossier heeft en dus ook niet bij de beoordeling kan betrekken.
9.2.
Dat eiseres voor haar moeder zorgt, staat niet ter discussie. Maar de rechtbank is het met de minister eens dat uit de stukken die eiseres heeft overgelegd niet volgt dat eiseres en haar moeder zo afhankelijk van elkaar zijn dat zij niet van elkaar kunnen worden gescheiden. In feite betwist eiseres dat ook niet. Op zitting heeft de advocaat van eiseres namelijk aangegeven dat eiseres weet dat zij medische stukken moet verzamelen waaruit de afhankelijkheidsrelatie blijkt, maar dat dat tot nu toe niet is gelukt. De minister heeft de aanvraag om een verblijfsdocument EU/EER dan ook terecht afgewezen. De beroepsgrond slaagt niet.
Artikel 8 van Pro het EVRM (en artikel 7 van Pro het Handvest) [14]
10. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. Om familieleven tussen meerderjarige familieleden aan te nemen, is namelijk vereist dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Eiseres moet dit met objectieve en verifieerbare stukken onderbouwen. Zulke stukken zijn niet door eiseres overgelegd. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft eiseres geen bijzondere afhankelijkheidsrelatie met haar moeder aannemelijk gemaakt. Zonder die bijkomende afhankelijkheid is er dus geen sprake van familieleven zoals bedoeld in artikel 8 van Pro het EVRM. Daarom is het besluit om de aanvraag af te wijzen niet in strijd met artikel 8 van Pro het EVRM. De beroepsgrond slaagt niet.

Het arrest Jeunesse

11. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres heeft verwezen naar het arrest Jeunesse [15] . Voor zover eiseres daarmee stelt dat het besluit van de minister tot inhumane gevolgen leidt, volgt de rechtbank eiseres hierin niet. De minister heeft de aanvraag van eiseres beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wet- en regelgeving. Zoals uit het voorgaande volgt is de minister op goede gronden tot de conclusie gekomen dat eiseres niet in aanmerking komt voor het gevraagde verblijfsdocument en voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. Hoewel de rechtbank begrijpt dat eiseres en haar moeder in elkaars nabijheid willen verblijven, kan dit niet tot de conclusie leiden dat het besluit van de minister inhumaan zou zijn. De beroepsgrond slaagt niet.

Verwesterde vreemdeling

12. Ten aanzien van het beroep van eiseres op het arrest van 11 juni 2024 [16] waaruit zou volgen dat eiseres als de verwesterde vreemdeling een verblijfsrecht moet krijgen, overweegt de rechtbank allereerst dat eiseres haar stelling dat zij is verwesterd niet heeft onderbouwd. Ten tweede ziet het arrest op het beleid over verwestering binnen de beoordeling van asielaanvragen, terwijl eiseres een reguliere aanvraag heeft gedaan voor toetsing aan het EU-recht. De beroepsgrond slaagt niet.

Artikel 31 Verdrag Pro van Wenen inzake het Verdragenrecht

13. De beroepsgrond van eiseres dat de minister het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht schendt door bewust de lijn uit de rechtspraak van het EHRM [17] en het Hof niet te volgen, is niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. Ook heeft eiseres niet
gemotiveerd op welke punten het besluit van de minister bewust strijdig zou zijn met de uitspraken die zij noemt. De beroepsgrond slaagt niet.

Hoorplicht

14. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van schending van de hoorplicht. Een bezwaarmaker hoeft niet te worden gehoord als duidelijk is dat het bezwaar niet tot een ander besluit zal leiden [18] . En dat is hier geval. Eiseres heeft namelijk een aanvraag gedaan om een verblijfsdocument EU/EER en diende aannemelijk te maken dat tussen haar en haar moeder sprake is van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie. Zoals de rechtbank hiervoor heeft gezegd, heeft eiseres onvoldoende objectieve en verifieerbare stukken overgelegd waar dat uit blijkt. In bezwaar heeft eiseres slechts een persoonlijke verklaring van haar moeder van 27 juni 2025 opgestuurd. Ook heeft eiseres niet duidelijk gemaakt wat zij heeft gedaan om de aangekondigde medische rapportages te verkrijgen en ook niet duidelijk gemaakt wat zij tijdens een hoorzitting naar voren zou brengen dat tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Daarom mocht de minister het bezwaar ongegrond verklaren zonder eiseres te horen. De beroepsgrond slaagt niet.

Overige beroepsgronden

15. De rechtbank stelt vast dat de verdere beroepsgronden een herhaling zijn van wat eiseres al in bezwaar naar voren heeft gebracht. Daarop is de minister voldoende gemotiveerd ingegaan. Eiseres heeft niet toegelicht wat op die punten onjuist is aan de motivering van de minister. De rechtbank ziet in wat eiseres verder in beroep heeft aangevoerd daarom geen aanleiding voor een ander oordeel. De beroepsgronden kunnen niet leiden tot vernietiging van de weigering van het verblijfsdocument.
Het terugkeerbesluit
Beoordeling door de rechtbank

Terugkeerbesluit

16. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft gezegd waarom het terugkeerbesluit niet goed is. Er is dan ook geen reden om het terugkeerbesluit te vernietigen.

SIS-signalering

17
.De rechtbank volgt eiseres tot slot niet in haar standpunt dat de SIS-signalering onrechtmatig is en in strijd is met diverse internationale bepalingen. Nederland moet in SIS signaleren dat eiseres een terugkeerbesluit heeft gekregen. Nederland en andere lidstaten van de EU kunnen dan controleren of eiseres daadwerkelijk is teruggekeerd. Dit volgt uit artikel 3, eerste lid, van SIS-Verordening [19] . In sommige situaties kan worden afgezien van signalering in SIS. Dat staat in het tweede lid van artikel 3 van Pro de SIS-Verordening. Maar die situaties doen zich in het geval van eiseres niet voor. De stelling dat de signalering in strijd is diverse internationale bepalingen leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft namelijk niet toegelicht waarom de signalering in strijd zou zijn met deze bepalingen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

18. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Het terugkeerbesluit en de weigering van het verblijfsdocument EU/EER blijven dus in stand.
19. Omdat de beroepen ongegrond zijn, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken daartoe worden daarom afgewezen.
20. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank/voorzieningenrechter:
  • verklaart de beroepen ongegrond;
  • wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.A.H. Gonera, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: Juridisch kader

Verordening (EU) 2018/1860

Artikel 3 [Invoering van signaleringen inzake terugkeer in SIS]
1. De lidstaten voeren in SIS signaleringen in van onderdanen van derde landen jegens wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd om te verifiëren of aan de terugkeerverplichting is voldaan en om de tenuitvoerlegging van terugkeerbesluiten te ondersteunen. Wanneer een terugkeerbesluit wordt uitgevaardigd, wordt onverwijld een signalering inzake terugkeer in SIS ingevoerd.
2. De lidstaten kunnen ervan afzien signaleringen inzake terugkeer in te voeren, indien de terugkeerbesluiten onderdanen van derde landen betreffen die in afwachting van verwijdering worden vastgehouden. Indien de betrokken onderdanen van derde landen worden vrijgelaten zonder te worden verwijderd, wordt in SIS onverwijld een signalering
inzake terugkeer ingevoerd.
(…)

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Artikel 20 [Burgerschap van de Unie]
1. Er wordt een burgerschap van de Unie ingesteld. Burger van de Unie is een ieder die de nationaliteit van een lidstaat bezit. Het burgerschap van de Unie komt naast het nationale burgerschap doch komt niet in de plaats daarvan.
2. De burgers van de Unie genieten de rechten en hebben de plichten die bij de Verdragen zijn bepaald. Zij hebben, onder andere,
het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven;
het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement en bij de gemeenteraadsverkiezingen in de lidstaat waar zij verblijf houden, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat;
het recht op bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties van iedere andere lidstaat op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, niet vertegenwoordigd is, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat;
het recht om verzoekschriften tot het Europees Parlement te richten, zich tot de Europese ombudsman te wenden, alsook zich in een van de talen van de Verdragen tot de instellingen en de adviesorganen van de Unie te richten en in die taal antwoord te krijgen.
Deze rechten worden uitgeoefend onder de voorwaarden en binnen de grenzen welke bij de Verdragen en de maatregelen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Artikel 8 [Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven]
1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

Artikel 7 [De eerbiediging van het privé-leven en van het familie- en gezinsleven]
Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn communicatie.

Vreemdelingenwet 2000

Artikel 9 [Verblijfsdocument]
1. Onze Minister verschaft aan de vreemdeling, die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder a, b en d, f tot en met h en j tot en met m, en aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, sub 2°, 4° en 6°, een document of schriftelijke verklaring, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.
2. (…)
Artikel 8 [Rechtmatigheid verblijf]
De vreemdeling heeft in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf:
(…)
als gemeenschapsonderdaan zolang deze onderdaan verblijf houdt op grond van een regeling krachtens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
Artikel 64 [Uitzondering]
Uitzetting blijft achterwege zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 7:2 [De hoorprocedure]
1. Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het belanghebbenden in de gelegenheid te worden gehoord.
(…)
Artikel 7:3 [Afzien van horen]
Van het horen van een belanghebbende kan worden afgezien indien:
(…)
het bezwaar kennelijk ongegrond is,
(…)

Voetnoten

1.Dit is de advocaat van eiseres.
2.Europese Unie.
3.Europese Economische Ruimte.
4.Dit is een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, in samenhang bezien met artikel 8, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
5.Mevrouw [naam], geboren op [geboortedag 2] 1950.
6.SIS.
7.Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
8.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
9.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
10.Dit volgt uit het arrest K.A. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 8 mei 2018, ECLI:EU:C:2017:821.
11.Dit wordt ook wel ‘ex nunc toetsing’ genoemd.
12.Dit wordt ook wel ‘ex tunc toetsing’ genoemd.
13.Bijlage bij het beroepschrift van 17 december 2024 tegen het terugkeerbesluit.
14.Uit artikel 52, derde lid, van het Handvest volgt dat voor zover het Handvest rechten bevat die corresponderen met rechten die zijn gegarandeerd door het EVRM, de inhoud en de reikwijdte ervan dezelfde zijn als die welke er door het EVRM aan worden toegekend. Volgens de toelichting bij het Handvest correspondeert artikel 7 van Pro het Handvest met artikel 8 van Pro het EVRM. Het voorgaande is bevestigd in vaste rechtspraak van het HvJ en de hoogste bestuursrechter (Zie hiervoor bijvoorbeeld het arrest van het Hof van 15 november 2011 (Dereci e.a.), ECLI:EU:C:2011:734 en de uitspraak van de Afdeling van 24 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1986).
15.Arrest van het EHRM van 3 oktober 2014 (Jeunesse t. Nederland), ECLI:EC:ECHR:2014 :1003JUD001273810.
16.Arrest van het Hof van 11 juni 2024, zaak C-646/21.
17.Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
18.Zie in dat verband artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb.
19.Verordening (EU) 2018/1860.