ECLI:NL:RBDHA:2026:17307

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/09/705623 / FA RK 26-5081
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken verzet tegen zorg

De rechtbank Den Haag behandelde op 26 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1996 en verblijvend in een zorginstelling. De officier van justitie had geen nadere toelichting gegeven en was niet aanwezig bij de zitting. Betrokkene werd bijgestaan door haar advocaat en de physician assistant was gehoord.

Uit de medische verklaring van een psychiater en de toelichting van de physician assistant bleek dat betrokkene zich niet langer verzet tegen de noodzakelijke zorg. Er was een overleg gepland met de ambulante psychiater om de behandeling ambulant te hervatten. Betrokkene stemde in met voortzetting van de opname op vrijwillige basis als een time-out, mits overplaatsing naar Medium Care mogelijk was, wat bevestigd werd.

De rechtbank oordeelde dat nu het verzet tegen zorg ontbreekt, niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet tegen zorg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/705623 / FA RK 26-5081
Datum beschikking: 26 mei 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 22 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. A.G.P. de Boon te Zoetermeer.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 21 mei 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 21 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 22 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de physician assistant, mevrouw [naam].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Beoordeling

Daargelaten of er sprake is van sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, is ter zitting gebleken dat betrokkene zich niet langer verzet tegen de noodzakelijke zorg ter behandeling van het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
Voorafgaand aan de zitting heeft de physician assistant een overleg gepland met de ambulante psychiater van betrokkene. Op 29 mei 2026 zal worden besproken hoe de behandeling in het ambulante kader weer kan worden opgestart. De physician assistant heeft daarbij uitgesproken dat het de voorkeur heeft om de opname in de tussentijd op vrijwillig basis voort te zetten als een time-out. Betrokkene is hiermee ter zitting akkoord gegaan, mits zij kan worden overgeplaatst naar de Medium Care in [gemeente]. Bij navraag door de physician assistant is dit mogelijk gebleken.
Nu er geen sprake meer is van verzet tegen de zorg, is de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan de wettelijke eisen voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.