Uitspraak
[de moeder] ,
[de vader] ,
Stichting Samen Veilig Midden-Nederland,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- de F9-formulieren van de moeder van 27 januari 2026, met bijlagen;
- de brief van de vader van 29 januari 2026, met bijlage;
- het F9-formulier van de moeder van 3 februari 2026, met bijlagen;
- de brief van de vader van 19 maart 2026;
- het F9-formulier van de moeder van 25 maart 2026;
- het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming te ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de Raad) d.d. 26 maart 2026, kenmerk KZ-1-67GSR8L;
- het F9-formulier van de moeder van 17 april 2026, met bijlagen;
- het F9-formulier van de moeder van 20 april 2026, met bijlagen;
- het e-mailbericht van de vader van 20 april 2026, met bijlagen.
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van de moeder van 20 april 2026, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
- [naam 3] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder te bepalen;
- een zorgregeling te bepalen, inhoudende dat:
- de vader met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten;
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vader te bepalen;
- met ingang van [geboortedatum] 2025 de door de moeder aan de vader te betalen kinderalimentatie op € 250,- per maand te bepalen, althans op zodanig bedrag als de rechtbank juist acht;
- een voorlopige zorgregeling zal gelden inhoudende dat [minderjarige] bij haar moeder zal zijn iedere dinsdag van 09.00 uur tot zaterdag 17.00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt in de McDonalds te [plaats 1] , althans een zodanige voorlopige zorgregeling als de rechtbank juist acht;
- [minderjarige] voorlopig aan de moeder wordt toevertrouwd en dat haar voorlopige hoofdverblijfplaats bij de moeder zal zijn;
- de vader gehouden is zijn volledige medewerking hierin te verlenen, onder bepaling dat bij niet-nakoming een dwangsom wordt opgelegd van € 2.000,- per dag of dagdeel dat de vader in gebreke blijft;
- de vader wordt veroordeeld in de kosten van het incident;
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Bij vonnis van 3 juli 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is [minderjarige] aan de vader toe vertrouwd.
- Bij beschikking van 31 december 2025 van de kinderrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 31 december 2025 tot 14 januari 2026 en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.
Beoordeling
voorlopigbij de vader bepalen en de beslissing over de definitieve hoofdverblijfplaats ook aanhouden tot 1 december 2026 pro forma.
Beslissing
voorlopigezorgregeling tussen de moeder en [minderjarige]
ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang en de proceskostenaan tot
1 december 2026 pro forma;