ECLI:NL:RBDHA:2026:17232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel vreemdelingenbewaring wegens onderduikrisico
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege het risico dat eiseres zou onderduiken.
Verweerder stelde dat de maatregel noodzakelijk was omdat eiseres Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen, eerdere vertrekverplichtingen niet was nagekomen, zich niet aan andere verplichtingen had gehouden, geen vaste woon- of verblijfplaats had en niet over voldoende middelen beschikte. Eiseres betwistte deze gronden niet inhoudelijk.
De rechtbank oordeelde dat de door verweerder aangevoerde gronden juist en voldoende waren toegelicht en dat er een reëel onderduikrisico bestond. Ambtshalve toetsing leidde niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.