Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
N. Mekenkamp, griffier.
Rechtbank Den Haag
Verweerder heeft op 8 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel beoordeeld vanaf het sluiten van het eerdere onderzoek.
De gemachtigde van eiser stelde dat er geen reëel zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede vanwege de lange duur van de detentie van 10,5 maanden en de trage afhandeling van het laissez-passer verzoek bij de Nepalese autoriteiten. Verweerder overlegde voortgangsrapportages waaruit blijkt dat maandelijks contact is geweest met de Nepalese autoriteiten en dat de aanvraag nog in behandeling is.
De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat er geen reëel zicht op uitzetting is. Eiser heeft onvoldoende medewerking verleend aan het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit, waardoor een redelijk vooruitzicht op verwijdering kan worden aangenomen. Gezien deze omstandigheden en de ambtshalve toetsing acht de rechtbank het voortduren van de maatregel rechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.