Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:17174

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
NL26.4445
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure met toewijzing proceskosten

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 19 januari 2026 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens zijn een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 april 2026 in zitting, waarbij beide gemachtigden aanwezig waren. Op 25 juni 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende bodemberoep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Omdat het bodemberoep gegrond is verklaard, wordt verzoeker wel in de proceskosten van de voorlopige voorziening tegemoetgekomen. De proceskosten worden vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Dijkstra en griffier K.E. Mulder, en is openbaar gemaakt op 25 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar verzoeker krijgt proceskostenvergoeding omdat het bodemberoep gegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.4445

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Ook heeft hij een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. [1] Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, krijgt verzoeker wel vergoeding van zijn proceskosten. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (een punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van € 934,-).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dijkstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL26.4444.