Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Oordeel van de rechtbank
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, kreeg op grond van het arrest Chavez-Vilchez afgeleid verblijfsrecht in Nederland vanwege zijn dochter met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder beëindigde dit verblijfsrecht en legde een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn en een tienjarig inreisverbod op, omdat eiser recentelijk onherroepelijk is veroordeeld tot een langdurige gevangenisstraf voor ontucht met een minderjarige.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod disproportioneel is, dat hij geen actuele bedreiging vormt en dat hij betrokken moet blijven bij de opvoeding van zijn dochter. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat eiser een actuele en ernstige bedreiging vormt, mede gelet op de recente veroordeling, het ontbreken van verantwoordelijkheid en duurzaam verbeterd gedrag, en de instabiliteit in zijn leefgebieden.
De rechtbank weegt het algemeen belang bij bescherming van de openbare orde zwaarder dan het belang van eiser bij familie- en gezinsleven. De relatie met de moeder van zijn dochter is beëindigd, hij heeft geen ouderlijk gezag, geen financiële bijdrage geleverd en slechts sporadisch telefonisch contact met zijn dochter. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het beëindigen van zijn EU-verblijfsrecht en het opleggen van een tienjarig inreisverbod wordt ongegrond verklaard.