ECLI:NL:RBDHA:2026:17044
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit na tijdelijke bescherming
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, had tijdelijk recht op bescherming en opvang in Nederland op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming (RTB). Dit recht eindigde op 4 maart 2024, waarna de minister op 13 augustus 2025 een terugkeerbesluit oplegde met een vertrektermijn van vier weken vanaf 4 september 2025.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, maar verscheen niet op de zitting van 10 maart 2026. De voorzieningenrechter had eerder op 14 januari 2026 geoordeeld dat het beroep van eiser geen redelijke kans van slagen had, omdat onvoldoende was onderbouwd dat terugkeer naar Nigeria een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. Ook was de minister niet gehouden het terugkeerbesluit te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank volgt deze overwegingen en concludeert dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt op 23 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.