Uitspraak
1.WESTLANDSE STICHTING VOOR KATHOLIEK ONDERWIJS (WSKO),
2.
SOCIETAS EUROPAEA (BELGIË) MET VESTIGING IN NEDERLAND MSIG EUROPE,
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlages 1 tot en met 24, binnengekomen op de griffie op 16 januari 2026,
- het verweerschrift met bijlages 1 tot en met 16.
2.De feiten
1.De situatie met ongeval
2.De situatie zonder ongeval
3.Overig
Zijn er stoornissen aantoonbaar in het mentale functioneren, het taalgebruik, de regulatie van emoties en gedrag of in helderheid van het bewustzijn?
Is het aannemelijk dat de aangetoonde stoornissen veroorzaakt worden door een hersenbeschadiging als gevolg van het ongeval van 4 februari 2019?
Zijn er wellicht andere oorzaken dan dit ongeval (al dan niet ermee samenhangend), die een verklaring kunnen vormen voor de aangetoonde stoornissen?
Indien de aangetoonde stoornissen kunnen worden toegeschreven aan een als gevolg van het ongeval d.d. 4 februari 2019 ontstane hersenbeschadiging, welke zijn dan de beperkingen in het functioneren die daardoor zijn ontstaan?
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
tension headacheervaarde. Daarbij komt dat uit de samenvatting van het medisch dossier van [verzoekster] volgt dat haar klachten vlak na het ongeval snel minder werden en pas na een vakantie in juli 2019 weer toenamen. Op basis van dit alles ziet de kantonrechter onvoldoende aanknopingspunten om een causaal verband aan te nemen. Dit betekent dat het verzoek van [verzoekster] om voor recht te verklaren dat de onder randnummer 7 van het verzoekschrift opgesomde gezondheidsklachten in (juridisch) causaal verband staan met het ongeval wordt afgewezen.