ECLI:NL:RBDHA:2026:16997

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
NL26.11038
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Colombiaanse vreemdeling wegens onvoldoende aannemelijkheid bedreigingsverhaal

Eiser, een Colombiaanse nationaliteithebbende, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde bedreigd te zijn door een criminele bende in Colombia en vreesde bij terugkeer voor zijn veiligheid. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende aannemelijkheid van het relaas.

Eiser voerde aan dat de minister onzorgvuldig had getoetst door het relaas op logica te beoordelen in plaats van op aannemelijkheid, en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het relaas niet geloofwaardig was. Ook verwees hij naar een verklaring van zijn moeder ter ondersteuning.

De rechtbank oordeelde dat de minister het relaas zorgvuldig had beoordeeld, waarbij logica als onderdeel van de geloofwaardigheidsbeoordeling was betrokken zonder de werkinstructie te schenden. De verklaring van de moeder werd als niet-objectief en inhoudelijk afwijkend beoordeeld. De overige argumenten van de minister bleven onbetwist.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de minister. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.11038

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. A.W. IJland),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. J. Visschers).

Inleiding en procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1989. De minister heeft met het bestreden besluit van 23 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 12 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, D.P. Navaratte als tolk en de gemachtigde van de minister.
4. De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd. Het beroep van eiser is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
5. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is in april en mei 2023 telefonisch en fysiek bedreigd door de bende [naam] . Eiser is naar aanleiding hiervan ondergedoken bij zijn tante op 15 mei 2023. Eiser is op 20 september 2023 teruggekeerd naar zijn huis. Bendeleden van de [naam] hebben vervolgens op 27 september 2023 aangeklopt bij het huis van eiser. Daarna is eiser wederom ondergedoken bij zijn tante. Eiser heeft op 23 oktober 2023 aangifte gedaan van de bedreigingen bij de politie. Eiser heeft Colombia op 30 november 2023 verlaten om asiel aan te vragen in Nederland. Hij vreest bij terugkeer voor problemen met de bende [naam] .
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Problemen met de [naam] .
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De minister acht de problemen met de [naam] ongeloofwaardig, aangezien de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De door eiser overgelegde documenten onderbouwen zijn relaas namelijk onvoldoende. Daarnaast geeft eiser onlogische argumenten voor de reden dat de [naam] hem zouden hebben benaderd. De minister vindt het onlogisch dat eiser zo lang heeft gewacht met het doen van aangifte van de bedreigingen. Verder heeft eiser vaag verklaard over de telefonische bedreigingen van de [naam] en heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een sociaal leider is in Colombia.
7. Eiser voert aan dat de minister zijn asielrelaas onzorgvuldig heeft beoordeeld omdat de minister het relaas heeft getoetst op logica in plaats van aannemelijkheid. De minister heeft bijvoorbeeld ten onrechte tegengeworpen dat het onlogisch is van eiser om aangifte te doen toen hij al had besloten om te vertrekken. Toetsen op logica is niet toegestaan want het is een strenger criterium dan aannemelijk. Iets kan namelijk aannemelijk zijn maar hoeft dan nog niet logischerwijs voort te zijn gekomen uit de onderliggende factoren. Daarnaast staat de werkinstructie 2024/6 niet toe om het asielrelaas te toetsen op logica. De werkinstructie gaat namelijk over toetsen op aannemelijkheid en noemt het gebruik van logica niet.
8. Eiser voert daarnaast aan dat minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zijn relaas niet aannemelijk is. Het relaas van eiser komt namelijk overeen met een overgelegde verklaring van zijn moeder.
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister het asielrelaas van eiser zorgvuldig getoetst. De rechtbank volgt niet het standpunt van eiser dat de minister heeft getoetst op logica in plaats van aannemelijkheid. De minister heeft weliswaar in de beoordeling betrokken dat het asielrelaas van eiser op enkele punten onlogisch is, maar de minister heeft de aannemelijkheid van het relaas als uitgangspunt genomen in de beoordeling. De minister heeft, bijvoorbeeld met betrekking tot de telefoongesprekken tussen eiser en de bende, mogen tegenwerpen dat het verschil tussen de verklaring van eiser bij het nader gehoor en zijn correcties en aanvullingen niet logisch is. Eiser heeft immers eerst verklaard één keer te hebben gebeld met de bende, terwijl hij in zijn correcties en aanvullingen stelt twintig keer te hebben gebeld. Dat, zoals eiser heeft gesteld, het gebruik van logica niet voorkomt in de werkinstructie 2024/6 maakt de beoordeling niet anders, nu de werkinstructie geen indicatie geeft dat het niet is toegestaan om logica te betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het relaas. De beroepsgrond slaagt niet.
10. De rechtbank is van oordeel dat de minister in de in beroep overgelegde verklaring van de gestelde moeder van eiser geen aanleiding heeft hoeven zien voor een ander standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De minister heeft zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat aan de verklaring niet de waarde toekomt die eiser daaraan gehecht wil zien. De gestelde moeder is immers geen objectieve bron. Daarnaast wijkt de verklaring van de moeder inhoudelijk af van de verklaring van eiser wat betreft de eerste telefonische bedreiging door de bende [naam] . De moeder heeft namelijk verklaard dat eiser de telefoon heeft opgenomen, terwijl eiser heeft verklaard dit juist niet te hebben gedaan. De beroepsgrond slaagt niet.
11. De rechtbank stelt vast dat eiser de overige argumenten van de minister om het asielrelaas niet aannemelijk te vinden onweersproken heeft gelaten.

Conclusie en gevolgen

12. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is 9 juni 2026 door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 9 juni 2026.