Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16977

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
NL25.33925
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag met proceskostenveroordeling

Eiser heeft op 24 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 oktober 2023. Op 15 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Hierdoor is het procesbelang van eiser in het beroep tegen het niet tijdig beslissen komen te vervallen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Ondanks deze niet-ontvankelijkheid veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser, omdat de minister alsnog aan het verzoek van eiser heeft voldaan door een besluit te nemen.

De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 467, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een lichte wegingsfactor wordt toegepast omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel op 18 juni 2026 zonder zitting.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 467.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.33925

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze)
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 24 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 oktober 2023.
Op 15 mei 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op de asielaanvraag van eiser beslist. Nu hiermee tegemoet is gekomen aan het beroep voor zover deze gericht is tegen het niet tijdig nemen van het besluit, heeft eiser in zoverre geen procesbelang meer. Dit beroep is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
2. Het oordeel van de rechtbank beperkt zich tot een uitspraak over de proceskostenvergoeding. Ook wanneer een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, is een proceskostenveroordeling mogelijk. Dit is in het bijzonder het geval als het bestuursorgaan aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. Gelet op wat hiervoor is overwogen, doet deze situatie zich hier voor.
3. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bbp. [3] Deze kosten worden op grond van het Bbp voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 453,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 18 juni 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.