ECLI:NL:RBDHA:2026:16970
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking verkoop en ontruiming gezamenlijke woning na beëindiging relatie
Partijen hadden een relatie en woonden samen in de woning van eiser. Na beëindiging van de relatie zijn zij sinds 22 augustus 2024 gezamenlijk eigenaar van een nieuwbouwwoning. Gedaagde is in deze woning gaan wonen, maar betaalde de hypotheeklasten niet, waardoor een betalingsachterstand ontstond. Eiser vordert dat gedaagde meewerkt aan verkoop en levering van de woning, ontruiming, betaling van lasten en verrekening van investeringen.
Tijdens de zitting is vastgesteld dat de woning verkocht moet worden om executoriale verkoop te voorkomen. Partijen zijn het eens geworden dat uit de overwaarde een bedrag van €45.000 aan gedaagde wordt uitgekeerd, met het restant in depot totdat zij overeenstemming bereiken over verdere verdeling. De voorzieningenrechter overweegt dat gedaagde noodgedwongen in de woning woont en dat de eigenaarslasten in principe gelijk verdeeld moeten worden.
De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde tot medewerking aan verkoop en levering, met een termijn van minimaal acht weken na ondertekening van de koopovereenkomst voor oplevering. Bij niet-nakoming worden dwangsommen opgelegd. Gedaagde moet de woning ontruimen voor levering, met een dwangsom bij overtreding. De kosten van verkoop worden voor de helft gedragen door gedaagde en verrekend met haar aandeel in de overwaarde. Iedere partij draagt eigen proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en ontruiming van de woning met voorwaarden over uitkering van overwaarde en dwangsommen bij niet-nakoming.