Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 januari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
de gewichtsfactor per categorie, zoals genoemd onder d te vermenigvuldigen met de basiseenheid per categorie, zoals genoemd in de Beleidsregel Kostenverhaal, waarmee het aantal gewogen eenheden wordt berekend;
de totale voorlopige investeringen te delen door de het totaal van alle gewogen eenheden, waarmee de bruto bijdrage wordt berekend;
op basis van de verwachte waardesprong op het moment van aanvraag omgevingsvergunning of verzoek om reservering toegestane functie ten opzichte van de op 26 mei 2016 toegestane activiteit een correctie op de bruto bijdrage toe te passen, waarmee de netto bijdrage wordt berekend;
op de netto bijdrage als bedoeld onder 3 een indexeringspercentage van 2% per jaar over de periode van het moment van bekendmaking van de beleidsregel tot de datum van de indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning of het verzoek om reservering (afgerond op kalenderjaar) toe te passen;
.Het college heeft deze plots als twee losse ontwikkelingen beschouwd, terwijl de plots volgens eiseres als één geheel moeten worden gezien. Het betreft namelijk een project op twee naastgelegen percelen, waarvoor één omgevingsvergunning is verleend. Doordat het college Plot 1 en Plot 2 in het kader van het kostenverhaal heeft opgeknipt in twee afzonderlijke projecten, kan de 3.230,7 m2 kantoorruimte die in de oude situatie al aanwezig was op Plot 1, niet worden verrekend met nieuwe kantoorruimte op Plot 2. In de tweede plaats vindt eiseres dat het college ten onrechte onderscheid heeft gemaakt tussen het ruimtegebruik binnen en buiten het reeds aanwezige bouwvolume, waarbij ten onrechte slechts verrekening heeft plaatsgevonden tussen functies die binnen het bestaande bouwvolume worden gerealiseerd. Dit resulteert er bijvoorbeeld in dat de kantoorruimte die op Plot 1 is voorzien op de 22e etage, niet kan worden verrekend met de kantoorruimte die op Plot 1 reeds aanwezig was op de begane grond en op de eerste en tweede verdieping. Eiseres acht deze handelwijze niet redelijk. Volgens eiseres moet verrekend kunnen worden met de voorheen aanwezige functies, ongeacht of de nieuwe functies zich binnen of buiten het voorheen bestaande bouwvolume bevinden. De directe omgeving van het bouwplan en de openbare ruimte waren in de oude situatie immers al ingericht op een substantieel aantal vierkante meters kantoorruimte en bedrijfsruimte. Eiseres vindt dat zij daarom slechts beperkt profijt heeft van deze publieke voorzieningen voor zover de functies in het nieuwe bouwplan overeenkomen met de voorheen aanwezige functies. Zij stelt dat zij uitsluitend een bijdrage is verschuldigd over het aantal vierkante meters waarmee bestaande functies worden uitgebreid. De wijze waarop het college thans heeft verrekend voldoet volgens eiseres daarom niet aan de voorwaarden van profijt en proportionaliteit.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 365,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.