Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 2 juni 2026 de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken, gebaseerd op zowel zware als lichte gronden.
De zware gronden betroffen onder meer het feit dat eiser zich eerder aan het toezicht had onttrokken en niet binnen de gestelde termijn Nederland had verlaten ondanks een daartoe strekkend besluit. Lichte gronden waren onder andere het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan. Eiser heeft deze gronden niet bestreden.
De rechtbank oordeelt dat de gronden feitelijk juist en voldoende toegelicht zijn om het risico van onttrekking aan toezicht aan te nemen. Er is geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten gedurende de te beoordelen periode. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.