ECLI:NL:RBDHA:2026:16905
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 15 juli 2025, waarbij haar bezwaar als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 maart 2026, waarbij verzoekster en haar gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank heeft in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.36971) het beroep ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan op 28 mei 2026 door voorzieningenrechter M.E.A. Braeken, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en het bestreden besluit in stand blijft.