ECLI:NL:RBDHA:2026:16900
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister om zijn tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) te beëindigen. De minister had deze bescherming op 3 juni 2025 beëindigd, waarna verzoeker beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en gewezen op de uitspraak van de rechtbank in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL25.28896), waarin het beroep van verzoeker is behandeld. Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 5 juni 2026 en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt afgewezen.