ECLI:NL:RBDHA:2026:16864
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij overschrijding beslistermijn verblijfsvergunning
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van 1 september 2025, waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij geen ingebrekestelling had gestuurd voordat hij beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Opposant betoogt dat hij redelijkerwijs niet kon worden verlangd een ingebrekestelling te sturen omdat de maximale beslistermijn van 21 maanden was verstreken, verwijzend naar de Procedurerichtlijn en Kamerstukken. De rechtbank oordeelt echter dat de enkele overschrijding van de beslistermijn onvoldoende is om de ingebrekestelling achterwege te laten. De ingebrekestelling biedt het bestuursorgaan immers de mogelijkheid om de besluitvorming te versnellen en onnodige rechterlijke procedures te voorkomen.
De rechtbank stelt vast dat opposant geen andere feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die het redelijkerwijs onmogelijk maken om een ingebrekestelling te sturen. Daarom blijft de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand en wordt het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, omdat geen twijfel bestond over de uitkomst.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.