Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
,
.
1.De procedure
2.De feiten
Factuur 1 Ring Zuid’) aan [partij B] verstuurd. Deze factuur is niet door [partij B] betaald.
de tweede niet betaalde factuur wordt hierna ‘Factuur Fommestraat’ genoemd).
(hieronder vetgedrukt weergegeven, rechtbank) valt het volgende te lezen:
Gemaakte kosten
Te veel gefactureerde
Factuur 2 Ring Zuid’). Ter toelichting op deze factuur wordt in de brief het volgende geschreven:
3.Het geschil
4.De beoordeling
“136 tekeningen van € 250,00 euro en de rest aan kleine aanpassingen zou niet moeten leiden tot een overschrijding van het budget”. In deze reactie neemt ook [partij B] de gehanteerde prijs van € 250 per tekening dus tot uitgangspunt.
Het totale aantal kunstwerken en het aantal elementen per kunstwerk is hoger dan bij het begin van het project werd aangenomen, dit betekend dat het ooit genoemde plafondbedrag niet meer geldig is.” (zie r.o. 2.16) Uit dit bericht kan hoogstens worden afgeleid dat ooit op enig moment enig plafondbedrag is genoemd. Niet blijkt om welk bedrag het gaat en wanneer, door wie en welke context dit plafond is genoemd. In elk geval valt uit dit bericht niet af te leiden dat in 2020/2021 in aanwezigheid van [partij A] over een prijsplafond van € 116.000 is gesproken. Het bestaan van een dergelijke plafondafspraak vindt ook geen steun in de eerdere buitengerechtelijke correspondentie tussen [partij A] en [partij B] . Zo schreef [naam 6] (namens [partij B] ) op 30 augustus 2023 aan [naam 5] dat er een
plafondbedrag van € 130.000afgesproken
schijntte zijn ten behoeve van engineering. In deze woorden van [naam 6] (“er schijnt (…) afgesproken te zijn”) klinkt juist door dat hij niet eerder over het genoemde plafondbedrag had gehoord en dat hij ook niet zeker weet of dat is afgesproken. Bovendien spreekt [naam 6] in zijn bericht uit augustus 2023 niet over een besproken plafondbedrag van € 116.000, maar over een plafondbedrag van € 130.000. Dit strookt niet met de nu door [partij B] ingenomen stelling dat eerder vanuit CHP een budgetplafond van € 116.000 aan [partij B] was opgelegd, nog los van het feit dat verder niet blijkt in hoeverre [partij A] met de bedoelde plafondafspraak bekend was.
package dealdefinitieve afspraken zijn gemaakt voor de beslechting van drie openstaande geschillen. Die afspraken hielden volgens [partij B] in dat:
voorstelheeft gedaan voor een creditfactuur van € 4.000 en dat [partij A] ten aanzien van het Werk Ring Zuid een
voorstelheeft gedaan van € 94.000 exclusief btw en exclusief meerwerk, terwijl [naam 2] zelf op € 93.000 uitkomt en zijn werknemer [naam 6] op € 95.000. Uit die woorden volgt niet dat partijen volgens [partij B] al tot bindende afspraken waren gekomen.
exclusief meerwerkwas, zodat ook niet valt in te zien dat partijen op dat moment al tot overeenstemming waren gekomen over een totaalbedrag van € 94.000 voor
heelhet Werk Ring Zuid, zoals [partij B] nu stelt. Ook uit de reactie die [naam 1] kort daarna op de e-mail van [naam 2] heeft gegeven (
“De 94 K heb ik genoemd als een gemiddelde van jullie voorstel, het is daarmee niet het voorstel van [partij A] geworden, dit voorstel leg ik volgende week neer”) volgt ook dat partijen in de visie van [partij A] nog geenszins tot bindende afspraken waren gekomen.
“Opdrachten worden aanvaard en uitgevoerd overeenkomstig de “DNR 2011” (laatste versie)”. [partij A] heeft ook onvoldoende gemotiveerd weersproken gesteld dat [partij B] – een professionele producent van prefab-betonelementen die al lang in de bouw werkt – de DNR 2011 ook uit rechtsbetrekkingen met andere constructeurs moet kennen. Gelet op al die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [partij B] uit de in de offertes Werk Ring Zuid en Fommestraat opgenomen tekst
“ [partij A] werkt volgens de laatste versie van de DNR (…)”heeft moeten begrijpen dat [partij A] de DNR 2011 integraal van toepassing wilde laten zijn op de overeenkomsten. Door de offertes te aanvaarden heeft [partij B] ook de toepasselijkheid van de DNR 2011 aanvaard. Ook als [partij B] de inhoud van die algemene voorwaarden niet kende, is [partij B] hiermee aan die voorwaarden gebonden (artikel 6:232 BW Pro).