ECLI:NL:RBDHA:2026:16857
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor voortzetting arbeid tijdens bezwaarprocedure GVVA-afwijzing
Verzoeker, van Nepalese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek op 7 juni 2026 af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij tijdens de bezwaarprocedure mocht blijven werken.
De minister gaf bij brief aan zich niet te verzetten tegen het verzoek om de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zag geen beletselen om het verzoek toe te wijzen. De voorlopige voorziening geldt zolang het bezwaar niet is ingetrokken of beëindigd.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien hoger beroep of verzet niet openstaat.
Uitkomst: Verzoeker mag tijdens de bezwaarprocedure tegen de afwijzing van zijn GVVA-verlenging blijven werken; minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.