ECLI:NL:RBDHA:2026:16812

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
C/09/695918 / HA RK 25-718
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van verzoeker met Palestijnse en Syrische achtergrond

Verzoeker, geboren in 1993 in Syrië en van Palestijnse afkomst, diende op 9 december 2025 een verzoek in tot vaststelling van zijn staatloosheid. Hij is sinds 6 februari 2023 in Nederland en heeft een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd. Diverse documenten, waaronder een identiteitskaart en UNWRA-registraties, zijn door de Immigratie- en Naturalisatiedienst op echtheid beoordeeld.

De rechtbank betrok bij de beoordeling de Palestijnse Gebieden en Syrië. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen zonder andere nationaliteit als staatloos worden beschouwd. Verzoeker kon niet aannemelijk maken dat hij de Syrische nationaliteit bezit, aangezien de Syrische nationaliteitswetgeving strikte voorwaarden stelt en naturalisatie voor Palestijnen in Syrië in principe niet mogelijk is.

De rechtbank concludeerde dat verzoeker staatloos is en wees het verzoek toe zonder mondelinge behandeling, conform het advies van de Staat. De beschikking werd op 22 mei 2026 uitgesproken door rechter H.M. Boone.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: HA RK 25-718
Zaaknummer: C/09/695918
Datum beschikking: 22 mei 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 9 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.T. van Wijchen in Eindhoven.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,
zetelende in ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. G. Wischhoff.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 3 april 2026 van de Staat;
  • het bericht van 8 april 2026 van verzoeker.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, waarover hierna meer, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.
  • Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] , [geboorteland] .
  • Verzoeker is in 2012 uit Syrië naar Jordanië gevlucht.
  • Verzoeker is op 6 februari 2023 Nederland ingereisd en heeft op die datum een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
  • Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd van 6 februari 2023 tot
  • Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten, die door Bureau Documenten van de IND op echtheid zijn onderzocht en positief zijn beoordeeld:
  • een identiteitskaart;
  • een individueel uittreksel met pasfoto;
  • een familieboekje;
  • een gezinsverklaring uit het register van de Arabische Palestijnen;
  • een geboorteverklaring;
  • een UNWRA-registratie;
  • een trouwakte;
  • een huwelijksverklaring.
- Daarnaast is verzoeker in het bezit van een kopie van een familie-uittreksel van de vader van verzoeker, een UNWRA familieregistratie overzicht en een paspoort.

Verzoek en het advies van de Staat

Verzoeker verzoekt zijn staatloosheid vast te stellen.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Wettelijk kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van Pro de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.
Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
Gelet op de overgelegde stukken en het advies van de Staat, ziet de rechtbank aanleiding om bij de beoordeling van de staatloosheid van verzoeker de Palestijnse Gebieden en Syrië te betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen.
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de overgelegde stukken is naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is en de Palestijnse nationaliteit heeft.
Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.
Wordt verzoeker als onderdaan van Syrië beschouwd?
Verzoeker stelt als Palestijn in Syrië geboren te zijn en hij heeft (minimaal) drie originele en echt bevonden documenten uit de drie documentgroepen kunnen overleggen.
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het Algemeen Ambtsbericht Syrië van mei 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoeker de Syrische nationaliteit via zijn vader of moeder kan hebben verkregen. Ook kan verzoeker de Syrische nationaliteit niet hebben verkregen via het huwelijk met zijn vrouw. Uit de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker de Syrische nationaliteit heeft.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank de staatloosheid van verzoeker vast.

Beslissing

De rechtbank:
stelt vast dat verzoeker staatloos is.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 22 mei 2026.